Je hebt altijd mensen die wat meer tijd nodig hebben. Dat kán en dat mág. Misschien had u ze al gemist met Kerstmis: de drie wijzen – [of vanwege hun drie ‘koninklijke’ geschenken] – de drie koningen. Waarom waren ze nu niet op tijd? Wat de herders spontaan aanvoelden – “komt laten we naar Bethlehem gaan, om te zien wat er gebeurd is” – daarvoor hebben geleerde mensen wat meer tijd voor nodig. Dat is nu ook nog vaak zo.
Wijsheid, geleerdheid gaat niet automatisch gepaard met een groot geloof. …. Maar ze komen er wèl. Ze komen er omdat hun motieven eerlijk waren. Met hun kennis van de sterren en de boeken zijn ze op weggegaan. Het eerlijke motief wordt genoemd: “om de pasgeboren Koning hulde te gaan brengen.” Die eerlijkheid, oprechtheid hebben ze.
Met al hun wijsheid zijn ze ook een beetje naïef: ze doorschouwen Herodes niet. In hun denken was het logisch dat ze naar het koninklijk paleis van Herodes gingen. Het paleis en heel Jeruzalem is verontrust met hun vraag naar een pasgeboren Koning! Misschien was het nodig om bij Herodes aan te gaan – van hem horen ze dan dat ze naar Bethlehem moeten gaan, maar of het echt strikt nodig was, is nog maar de vraag: want zodra ze verder trekken gaat de ster weer voor hen uit en wijst hen de weg totdat deze boven het huis waar het Kind zich bevond stil bleef staan. Ze hebben het zelf zeker niet in de gaten gehad, maar ze hebben Herodes wat teveel informatie gegeven. Hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was.
Gelovige, eerlijke mensen doorzien vaak de bedoelingen niet van jaloerse mensen. En we weten wat het gevolg is geweest: de kindermoord in Bethlehem.
Te weinig rekening houden met het kwaad wat ook in de mens schuilt, heeft zijn gevolgen. Maar van dat alles hebben de wijzen zelf wellicht niets gemerkt – ze geloven Herodes dat hij het Kind ook wil aanbidden. – als ze hem doorzien hadden, zouden ze niet door een engel gewaarschuwd hoeven te worden om langs een andere weg terug te keren. Los daarvan, hún bedoelingen zijn heel oprecht: ze zijn overgelukkig met het teken – de ster – aan de hemel en “op hun knieën neervallend betuigen ze het Kind en zijn moeder hun hulde!” En bieden het hun geschenken aan: goud, wierook en mirre.
Met ónze wetenschap, ons verstand en onze kennis, kunnen we tot Jezus komen. Als we de tekens die God ons geeft maar willen verstaan. Het duurt wat langer voordat geleerde mensen bij het Kind knielen, maar ze komen er wel.
Misschien een beeld voor onze generatie – met internet en kennis over zoveel religies en mensbeelden en samenlevingen: wij hebben wat meer tijd nodig om tot geloof te komen. Kennis van al die culturen kan ons daarbij in de weg staan. Het duurt even voordat je erdoorheen prikt dat het wèl uitmaakt wát je gelooft; dat niet alle geloven hetzelfde zijn. Zolang we oppervlakkig kijken zeggen we: er is maar één God. En dat klopt ook! En toch zijn wij állen geroepen om die ene god door Jezus Christus te aanbidden en Hem in het Kind te herkennen. En dan moeten we toch leren buigen, want ons verstand komt dan niet zo snel mee.
Wij lijken op die wijzen die er ook vanzelfsprekend vanuit gingen dat de nieuwe koning in het paleis geboren zou worden. Afstand nemen van wat zo vanzelfsprekend lijkt: alle geloven zijn ongeveer hetzelfde. Dat is óns bezoek aan het paleis van Herodes. Er op voorhand al van uitgaan dat alle godsdiensten hetzelfde zijn; dat klinkt logisch. Dat is die wijsheid van onze tijd, die een eerlijk geloven in de weg kan staan. Én als je daar bij blijft stilstaan, ga je niet verder op zoek. Dan houd je het bij: het maakt allemaal niets uit en dat leidt niet tot een grotere godsdienstigheid, maar juist tot een zekere onverschilligheid.
Zijn de Herodessen van onze dagen daar ook niet op uit? Het leek erop dat de wijzen Herodes niet doorzagen, die zonder dat hij dat natuurlijk zei: kost wat kost wilde verhinderen dat Jezus koning mocht zijn. Wij doorzien ook niet dat er in onze dagen mensen zijn die ook de plaats van Jezus als ónze Koning en Verlosser willen voorkomen. De redding van de wijzen was hun oprechtheid: ze waren wel oprecht op zoek naar Jezus. En ondanks hun wijsheid kunnen ze knielen voor het Kind en zijn moeder. Als wij oprecht op zoek zijn naar Jezus – en wellicht komen wij van nog verder dan de wijzen – dan kunnen wij met Gods hulp onze bezwaren ook overwinnen om te knielen bij het Kind en zijn moeder.