Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

Feest H. Familie 2008 (28-12-2008)

Naastenliefde vraagt reken houden met de ander. Je ook inleven in die ander. Hoe komt het over wat ik zeg, of wat ik doe. Elkaar aanvullen is een grote rijkdom; elkaar onverwacht vervangen kan grote botsingen veroorzaken. Dat doen wat je moet doen; en niet de taak van een ander. Ik waardeer het altijd als mensen zelf voor vervanging zorgen; dan kunnen dingen doorgaan. Een vervanger vragen en dan toch zelf het werk doen: geeft botsingen. 
Ik ken een groep vrijwilligers die voor de bloemen op de kamers van de bewoners van een zorgcentrum zorgt. Iemand vraagt een vervanger, omdat ze zelf niet kon; - de vervanger zegt toe en zal ’s middags komen – de eerste ziet desondanks kans om ’s ochtends toch nog vlug de bloemen te verzorgen en is weer weg; zegt niets tegen degene die haar zou komen vervangen, en die komt ‘s middags – voor niets. Kijk, dat botst!
Met de beste bedoelingen kunnen er zo spanningen ontstaan. Juist bij mensen die het goed bedoelen. Hoe dikwijls maak ik niet mee dat een gesprek niet mogelijk is, omdat de echtgenoot in plaats van de ander telkens het woord neemt en alle antwoorden geeft, ook op vragen die ik aan de ander stel. Vooral als mensen minder vitaal zijn; of gehandicapt, worden ze minder serieus genomen. 

Naastenliefde vraagt ook je inleven in de ander: zorgen dat het leven harmonisch verloopt. Aanvullen waar de ander tekortschiet, maar wel op een zodanige manier dat ieder in zijn waardigheid gelaten wordt. Hiervoor moeten we een zekere fijngevoeligheid ontwikkelen. Wij zijn niet allemaal losse individuen; we staan in relatie tot elkaar: in gezin, familie, op het werk, buurt, vereniging, kerk. En ieder heeft zijn verwachtingen. We kunnen natuurlijk onmogelijk aan álle verwachtingen voldoen. We hebben allemaal al voldoende ervaring opgebouwd om daarmee om te gaan; om keuzes te maken. Maar de naastenliefde vraagt dat wij hierin zorgvuldig zijn. En telkens opnieuw ons inleven in de ander.

Het feest van de H. Familie laat zien hoe we elkaar kunnen aanvullen; ieder met zijn eigen taak. Bij familie denken wij aan meerdere generaties; een familie stijgt uit boven het gezin. We kunnen ook spreken van de grote familie van de Kerk; allen die met Jezus op weg willen gaan. En als eersten waren dat natuurlijk Maria en Jozef – de kerkgemeenschap in het klein, in de kiem. 

Meerdere personen, meerdere generaties; dat geeft een rijkdom. De lezingen laten uitkomen dat een openheid naar wat God verwacht nodig is. Abraham heeft die gelovige houding – Hij ging op weg, samen met Sara; het evangelie geeft aan hoe de oude Simeon en de profetes Hanna – [God is genade] hún plaats hebben in Jezus’ leven. Zonder dat zij Maria en Jozef kenden gingen zij in op een innerlijke stem die hen naar de Tempel dreef. Wij hebben ook een verantwoordelijkheid naar God toe. En die serieus nemen, werkt door naar anderen. Waar we ons geloof serieus nemen, geven we getuigenis. En dat is misschien wel de grootste vorm van naastenliefde. Want het is heel moeilijk om op een andere manier “geloof” door te geven.

Bij het doen van hun gewone godsdienstige verplichtingen ontstaat de ‘toevallige” ontmoeting van de ouders Simeon en Hanna met Maria, Jozef en het Kind. Zo komen meerdere generaties bij elkaar. Vanaf het prille begin hebben de ouderen hun eigen taak. Luisteren naar die innerlijke stem die hen daar brengt waar ook Jezus blijkt te zijn. En dan worden wijze woorden gezegd. Simeon spreekt woorden die ver uitreiken boven het moment van de opdracht in de tempel. Ouderen kunnen vanuit hun geloofservaring en hun aanvoelen een aanvulling zijn voor de opgroeiende generaties; juist ook wat het geloof betreft. Gewoon hun levensgetuigenis spreekt boekdelen; levende boekdelen!

God zend op onze levensweg soms mensen, waarvan we pas achteraf beseffen wat die voor ons betekenen. En ook ónze woorden, ónze helpende hand reikt verder dan wíj kunnen overzien. 

Wij zijn geschapen voor elkaar. De wederzijdse aanvulling geldt op vele levensterreinen, maar vooral daar waar onze eerste opdracht ligt: voor velen in hun gezin. Ook voor de Kerk geldt dat ieder zijn eigen taak heeft.
Er ontstaat een scheefgroei waar mensen niet hun eigen taak, maar die van de ander gaan doen: een priester heeft een andere opdracht dan de gelovigen; en weer anders dan een diaken en omgekeerd. Het is goed elkaar hierin ook te respecteren. Dat geeft juist ook de rijkdom van de Kerk weer. Samen ons inzetten voor eenzelfde doel: de vrede die God met Kerstmis ons op aarde is komen brengen voor alle mensen mogelijk maken! En daarbij kan niemand gemist worden; ieder heeft zijn eigen taak.
De apostel Paulus vergelijkt de Kerk daarom met een Lichaam: ieder lichaamsdeel heeft zijn functie. In de kerk is Christus het hoofd en wij zijn de ledematen. Ervoor zorgen dat het leven kan stromen, dat het geloofsleven tot in alle lichaamsdelen doordringt! De dan kunnen we denken aan die grotere familie van Jezus Christus; die familie waar ieder zich thuis mag weten; waar je kunt aanschuiven, zoals de herders en de wijzen die van ver kwamen, aanschuiven bij Maria, Jozef en Jezus, om samen kerk te zijn. Het aanwezig zijn is vaak al voldoende; …kijk naar Simeon en Hanna. En …. Eerlijk gezegd: je wordt ook gemist als je niet aanschuift! Amen

Pastoor Wim Miltenburg fso

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.