|
Joden in Jeruzalem sturen mensen op Johannes de Doper af met de vraag: ‘Wie ben jij?’ Het kerkbestuur stuurt een journalist van De Uitkijk op me af voor een interview. Hij is zeer geïnteresseerd en heeft eigenlijk maar één vraag: ‘Wie bent u?’. Die 3 woorden zegt hij niet, maar al zijn vragen komen hierop neer. Ik vertel maar wat ik zo in mijn leven gedaan heb. Dat is het interview van deze week. Weet ik wie ik ben? Zeker, ik heb een bepaald beeld van mezelf. Maar is dat waar, komt dat overeen met de realiteit? Mensen die de afgelopen 25 jaar in onze kerk geweest zijn, hebben mogelijk een heel eigen beeld van mij gekregen. Vandaag een enkel woord om te zeggen wat me ter harte gaat.
De evangelist heeft er plezier in om dingen tegenover elkaar te plaatsen. Mensen stellen de Doper vragen. Die heet: ‘van God gezonden’ (v.6), de ondervragers: ‘door Joden uit Jeruzalem gezonden’ (v.19) en ‘door de Farizeeën’ (v.24). Die door mensen op weg gestuurd worden, stellen vragen aan die door God gezonden is. Dat vindt de evan-gelist boeiend want zo gaat het in het leven als je Licht en Diepte zoekt. De Doper zegt eerst wie hij niet is: ‘Niet de Messias, niet Elia, niet de profeet’. Men houdt aan: ‘Wat ben jij? We moeten een antwoord geven aan die ons gezonden hebben. Wat zeg je over jezelf?’ Hij antwoordt met een woord uit hun eigen traditie (Jesaja 40,3): ‘Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: maak recht de weg van de Heer’. Ik ga voor de Heer uit. Wat zegt hij nou? Men is niet tevreden: ‘Wat sta je dan te dopen?’ Hij weer: ‘Ik doop in water. Ik laat mensen opnieuw door de Jordaan trekken zoals ons volk vroeger onder leiding van Jozua de Jordaan doortrok op weg naar een nieuw bestaan, in vrijheid, door JHWH geschonken (Jozua 3). Meteen daarop: ‘Midden onder u staat hij die gij niet kent. Hij komt na mij en is veel belangrijker dan ik. Het gaat om hem, niet om mij’.
De evangelist noemt de Doper ‘een getuige van het Licht’ (v.6). Gezonden met het doel dat mensen oog krijgen voor het Licht dat in de wereld komt. Niet hij is het Licht, hij maakt slechts attent op het Licht. Wie de voorshands Onbekende zal meema-ken, die gaat Licht zien. Op dit moment is Jezus’ naam in het Sint Jans evangelie nog niet genoemd, alleen dat hij het Licht voor de mensen is. Later wordt dit meesterlijk uitgebeeld als Jezus een mens die blind is vanaf zijn geboorte, het licht in de ogen geeft (Jo 9), een vrouw gebrandmerkt om haar overspel, een nieuwe toekomst biedt (Jo 8) en de bedroefde Martha en Maria leert vol vertrouwen te leven ook met de dood voor ogen (Jo 11). Op die Lichtmens attendeert Johannes, daartoe is hij ‘van God gezonden’.
Zegt dit verhaal iets over mij? Met grote bescheidenheid zeg ik: ‘Ja’. Ik zie me als iemand die in de kerk gewijd en gezonden is om attent te maken op Jezus de Christus. Ik heb gestudeerd, ben gevormd en word voortdurend gevormd om in dienst te staan van het Licht. Om met mijn beperkte mogelijkheden in de Annakerk iets aan te reiken dat voor ons een hulp kan zijn om Jezus te leren kennen als een weg waarop het goed wan-delen is, een weg die ons brengt tot een vrijheid die niemand anders ons geven kan. Is dat gelukt? Ik vertrouw erop dat in de afgelopen jaren hier of daar iets van vuur is over-gesprongen, iets van het Licht. Het vuur van dat Licht is de heilige Geest, die in de kerk uitdrukkelijk genoemd wordt, die hier te proeven is maar die als een Geestkracht reeds aanwezig is in ons en tussen ons. Onze goddelijke binnenkant, ons goddelijk cement. Soms geblokkeerd of vergeten zodat er niets van uitgaat maar in de liturgie door woord, muziek en teken opgeroepen. De Geest van Jezus krijgt stem en gestalte in mensen die bijeenkomen, luisterend, biddend, vertrouwend, zingend, dankend, deelnemend aan deze heilige handeling. De aandacht van ons hart wordt hierop gericht, we worden aangespro-ken op het beste dat in ons leeft. Zo kan de Geest van Jezus ons van binnenuit bewegen in de vervulling van onze dagtaak. Gods Geest, een innerlijke kracht die leeft in mensen om in taai uitgehouden trouw en met vallen en opstaan van het leven iets goeds te ma-ken in het voetspoor van Jezus de Christus. Heb ik daartoe iets bijgedragen? Ik hoop het.
P. Stevens
|