Paulusjaar: tweede lezing.
Afgelopen vrijdag; eerste vrijdag van de maand: traditioneel de dag waarop we de thuiscommunie brengen.
Ik las daarbij Fil 4, 6-9. Allen reageerden. Wat een mooie lezing. Helemaal voor mij. Ik herken me erin. Het geeft me moed!
1. Weest onbezorgd!
2. Laat wel je wensen bij God bekend worden
3. zeg dankjewel voor het goede en mooie
4. en we zouden nog veder kunnen gaan: doen wat je gehoord hebt, enz. Maar vooral de eerste aspecten spraken mensen aan.
Mij ook! “Dat onbezorgd zijn” in een tijd van koersverval en dreigende crisis, krijgt nog een eigen accent. Maar het geldt ook in tijden van voorspoed.
Mensen die geloven zijn mensen die iets verder hebben gekeken. Die door alle mooie dingen van het leven ook de beperktheden zien. Het frappante is dat het in onze samenleving veel stoerder en wetenschappelijker lijkt om niet geloven. Iemand laten aantonen dat God niet bestaat is veel moeilijker dan aantonen dat Hij er is! Wij hebben onze geloofservaringen. Die moeten we ons niet laten ontnemen. Ze zijn juist een hulp en opstapje voor mensen die moeite hebben om Jezus Christus in hun leven te erkennen. Persoonlijke geloofsgetuigenissen; dat spreekt aan. En dat hoeft niet iets groots te zijn. Zo’n lezing van Paulus, waarin Hij zegt wat wij vinden, daar worden we door gesterkt. “Ja, dat vind ik ook”, zeggen we dan. “Zo is het!” Dat we ons niet laten te neer drukken bij een tegenslag, ómdat we op God vertrouwen, is al een getuigenis. Of nog praktischer: in onze dagorde tijd voor gebed vrijmaken, zoals we dat doen voor ge gezondheid van ons lichaam: beweging is nodig; gebed is nodig voor onze ziel. En dan hoeven we niet Oosterse gebedswijzen te ontdekken: wij leven hier in een land met een christelijk erfgoed: openstaan voor sacramenten, voor een Mis dat verbindt ons met die kerkgemeenschap; met Jezus Christus die de hoeksteen is.
En dat “vertel God je wensen nooit zonder dankzegging!” Dat roept bij ons een warmte op van: we zijn thuis bij God. Hij zorgt voor ons. Zelfs als de koersen dalen of beursen ineenstorten! En hoeveel is er niet om dankjewel voor te zeggen. Het schept een beetje afstand t.o.v. een graaicultuur. Er spreekt iets van tevredenheid uit; van veiligheid. Zo zien we het geloof ook veelal. Het biedt bescherming wanneer het om ons heen of met onszelf niet goed gaat! Veel eerlijker is het om ook als het goed gaat God een plaats te geven. Om het concreet te maken: iedere dag Hem dankjewel zeggen voor wat we vaak vanzelfsprekend vinden. Als we dat niet alleen een gedachteflits laten zijn, maar daar de tijd van een onzevader of weesgegroet aangeven, dan verbinden we geloven met het dagelijkse leven.
Wat mij persoonlijk ook aansprak was: richt je aandacht op wat waar is, edel, goed, rechtvaardig. Waar houden we onze blik op gericht? Waar zijn we mee bezig, waar dromen we van … dat is waar we mee bezig zijn! Minstens in onze gedachten. Iets wat je echt belangrijk vindt, vergeet je niet. Daar leef je naar toe. Daar ben je helemaal mee bezig.
Het geeft een grote rust te weten dat God voor ons zorgt. We hebben onze geloofservaringen en die kunnen tot een zekerheid worden. Zelf zeg ik nooit: geloven is niet zeker weten. Voor mij is geloven zaken weten die we nog niet zien, die over de grens van dit leven heen gaan. Ik kan ze daarmee niet bewijzen, maar zoals gezegd, het omgekeerde is veel moeilijker te bewijzen! God laat ons niet in de steek. Hij is met ons bezig. Dat spreekt ook uit het beeld van de wijngaard.
Dat beeld van die wijngaard die voor ons is bestemd. “Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaar en heb ik niet gedaan?” Wij samen zijn die wijngaard. Waar het er telkens omgaat dat de ranken aan de wijnstok vastzitten om te kunnen groeien en bloeien.
Soms lijkt het erop dat God zijn handen heeft teruggetrokken. Hij verwacht dat wij het zelf doen. En dat is ook zo. Wij mogen geloven in de kracht van mensen. – Maar niet los van God – zoals een radiospotje ons suggereert, maar omdat Hij ons die kansen en kracht geeft. We mogen ontdekken wat we aan rijkdom hebben.
Vertrouwen op de doop- en vormselgenade. Vertrouwen op God. “Breng in praktijk wat u geleerd is”, zegt Paulus. Geloven op een volwassen manier. Dat we niet meteen verslagen zijn als we niet krijgen wat we hopen.
We geloven vaak op ene te kinderlijke manier. – Van vragen en krijgen. –
Kindergebedjes kunnen bijvoorbeeld vertederend werken, maar – als we al gebeden uit het hoofd kennen – dan zijn het vaak die gebeden uit onze kindertijd. Daarom mogen gebeden ook iets substantieels hebben; anders wordt ‘geloven’ zo gauw iets kinderachtigs.
In deze oktobermaand kijken we naar Maria. Oktobermaand is rozenkransmaand. De weesgegroeten die we bidden zijn heel bijbels en geven een cadans waarop we onze gedachten kunnen alten rusten. Daar tijd voor nemen is al een grote stap in geloof! Het kost ons een kwartier en we hebben bij onszelf dan de vraag overwonnen van past dit wel bij mij?! Gewoon door het doen en ons een cultuur van gebed eigen maken, die een vaste cadans heeft en een heel persoonlijk onze gedachten laten gaan. Zo bidden maakt het ons geloof en vertrouwen heel concreet.
Maria spreekt ons allen aan. En zij heeft dit gebed zelf aanbevolen. Als je iemand vertrouwt luister je veel ontvankelijker en sta je niet zo kritisch tegenover hem/haar. Tegenover Maria hoeven we niet kritisch te staan. En zij staat midden-in-de-kerk. Een open , ontvankelijke houding tegenover wat vanuit de kerk op ons afkomt maakt geloven echt. En dat doet niets af van kritisch zien waar het misgegaan is, ook in de Kerk. Wij hebben een haarfijn aanvoelen waar het om binnenkant van ons geloof gaat en waar het buitenkant is; in de zin dat hier sprake is van menselijk falen, echte misstappen of gewoon tekortschieten.
Geloven in Jezus Christus, in zijn kerk, ons vertrouwd weten met Maria, vraagt veel geduld wanneer je niet ziet dat er iets van opkomt wat je hoopt. Vooral ouders kenen dan geduld, dat nodig is tegenover hun kinderen. Er is een periode dat het zaad moet ontkiemen. En dan help je meer door goede omstandigheden; de warmte en liefde van het geloof laten ervaren; zelf de vreugde en de hoop bewaren. Leven als verloste mensen!
Dan voel je die woorden van Paulus dieper en richt je je niet op wat je zelf niet kunt, maar op wat God in ons kan doen en al gedaan heeft.
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd is de hoeksteen geworden. Het slaat op Jezus zelf. Hij is het fundament. Laat Hij ook het fundament zijn waar wij ons leven op bouwen.