Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

26e zondag door het jaar A (28-09-2008)

Explosief wat het evangelie vertelt. Jezus zegt tegen ‘de hogepriesters en de oudsten van het volk’ (Mt 21,23): ‘De fraudeurs en de hoeren in deze stad gaan eerder dan u het Rijk Gods binnen’, staan dichterbij God dan jullie. En dat tegen de religieuze leiders van de joodse gemeenschap in zijn dagen. Stel u voor dat u het Vaticaan zou binnenstappen en dit tegen de paus zeggen en alle bisschoppen en priesters daar. Het zou u hoogst kwalijk genomen worden. Toch lijkt dit op de explosieve situatie die Matteüs tekent. Je moet maar durven. Leiders die anderen moeten voorgaan in geloof laten het afweten. Die erom bekend staan zich niets van het geloof aan te trekken gaan er wel op in. Navrante tegenstelling. 

Dit drama tekent Jezus in de parabel die hij vertelt. Een vader zegt tot zijn twee zoons: Ga werken in mijn wijngaard. De een zegt: ‘Goed, vader’ maar gaat niet, de ander: ’Nee, ik wil niet’. Later bedenkt hij zich en gaat toch. Dan vraagt Jezus zijn toehoorders – en dat zijn de religieuze leiders - : ‘Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan?’ Zij antwoorden: ‘De laatste’. Daarmee veroordelen zij zichzelf. Aan het eind staat dan ook: Ze begrijpen dat Jezus over hén spreekt. Geen wonder dat zij erop uit zijn om zich van hem meester te maken. Voorlopig durven ze niet, bang voor het volk, omdat men Jezus voor een profeet houdt (Mt 21,45-46). Later slaan ze toe met de hulp van Judas en spreken het doodvonnis over hem uit (Mt 26,47. 57-68). Waarom zegt Jezus dit? We horen het antwoord: Johannes de Doper is naar je toe gekomen, een man die trouw is aan de Eeuwige en zijn levensweg, maar je hebt hem geen geloof geschonken terwijl fraudeurs en hoeren dat wel doen. Een forse confrontatie. 

Waarom reageren de religieuze leiders zo? Zijn ze dan zó hardnekkig? Dat is het in mijn ogen niet. Johannes komt uit de woestijn, roept op tot omkeer en wijst op degene die na hem komt, veel belangrijker dan hij: ‘Ik ben niet waardig zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met heilige Geest en met vuur’ (Mt 3,11). Met Jezus begint een nieuwe tijd. Richt je op hem, zegt Johannes. Juist dat nieuwe is voor de religieuze leiders onaanvaardbaar. Daar sluiten ze zich voor af terwijl anderen, gewoonlijk met de nek aangekeken, er wel voor open staan. Jezus is de Messias, de Christus. Bij de rechtszitting is dit de grond van zijn veroordeling. Die noemt zich de Christus, de Zoon van God! Godslasterlijk!, roept de hogepriester uit (Mt 26,63-66). 

Wat betekent dit voor ons? Heel veel. Ik noem twee dingen. Het evangelie laat zien: Jezus is afgewezen door de religieuze overheid, niet door dé Joden. Christenen hebben dat vaak gezegd. Eeuwenlang antisemitisme is het gevolg geweest. Gelukkig dat we het nu inzien. Een tweede punt: het is werkelijk nieuw dat een man uit Nazaret de zoon van God bij uitstek is. Blijf je verbazen, het is bijna niet te geloven. Wil je de weg vinden naar God, Bron en Eindpunt van je leven, richt je dan op Jezus, dé mens naar Gods beeld, als slaaf aan een kruis geslagen, door de Eeuwige, zijn Vader tot leven geroepen. Hij is de Christus, onze Heer. Buig je hoofd en je knieën, en vooral ga leven in zijn voetspoor (Fil 2,1-11). Dat geldt voor ons en voor wie in de kerk in leiding is gesteld. Je moet zo leiding geven dat mensen zich blijven verbazen over Jezus de Christus. Niemand kan zich van hem meester maken, hij is onuitputtelijk nieuw.

P. Stevens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.