|
1968 ligt 40 jaar achter ons. Aan de TV komen de laatste weken de beelden terug van wat zich in 1968 afspeelt zoals de moord op Martin Luther King en de Praagse Lente (de nieuwe koers van de communistische partij in Tsjechoslowakije) onmogelijk gemaakt door de sovjets. Veel aandacht krijgt de opstand van studenten tegen de leiding van de universiteit en het gezag van de overheid. U herinnert zich de bezetting van het Maagdenhuis, de hoofdzetel van de Universiteit van Amsterdam. Die kritische houding tegenover het gezag komt niet uit de lucht vallen, ze is jaren tevoren al speurbaar. Een nieuw levensgevoel ontstaat. Mensen zijn niet bereid voetstoots te gehoorzamen, zij willen meepraten als voor hen belangrijke zaken aan de orde zijn. Een nieuwe houding tegenover het gezag, ook in gezinnen en bedrijven: gezag uitoefenen in dialoog. De nieuwe tijdsgeest raakt ons ook in de kerk. Onder katholieken, ook in Nederland, groeit de kritiek op het gezag in de kerk, vooral op het gezag van de paus. Die gezagskritische houding is er nog steeds. De burgerlijke overheid reageert door veel nieuwe wetgeving en procedures. Ook in de kerk verandert een en ander maar in het algemeen krijgt het pauselijk gezag nog steeds alle nadruk. Kerkveranderingen vragen veel tijd.
Vandaag spreekt het evangelie over de eigen plaats en functie van Petrus. Jij bent Petrus, zegt Jezus, en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen. Ik zal je de sleutels geven van het Rijk der hemelen. Je ontvangt de macht om te binden en te ontbinden. Op deze en andere woorden (Lc 22,32; Jo 21,15-17) is in de loop van de tijd het ambt van de paus gebaseerd. Ik probeer te verstaan wat er eigenlijk staat. Jezus vraagt: ‘Wie zeggen jullie dat ik ben?’ Petrus antwoordt: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’. Dit staat centraal: in enkele woorden het geloof van de jood Petrus in de jood Jezus. Heel bijzonder. ‘U bent de Gezondene van JHWH en getekend met zijn Geest’. Een mens uniek het gelaat van JHWH. Op Petrus’ geloofsbelijdenis komt het grote woord: ‘Jij bent Petrus (dat betekent rots) en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen’. De gemeen-schap van Jezus’ leerlingen is gebouwd op het geloof: ‘Jezus, U bent voor ons de Christus’, de Messias. U hebt een unieke band met JHWH, uw Vader. U leert ons uw Vader kennen als ook onze Vader (Mt 11,27; 6,9). Paulus schrijft: ‘Als een kundig bouw-meester heb ik het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt … Niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus’ (1Kor 3,10-11). Paulus schrijft rond het jaar 54/55, Matteüs rond 80. Als Jezus zijn kerk bouwt op de rots die Petrus is, mogen we nooit vergeten dat het fundament Jezus zelf is. Petrus als rots is een beeld voor zijn geloof in Jezus de Christus. In die zin wordt het leven van de kerk gedragen door het geloof van ons allen. En die kerk is sterker dan de dood. Dat wordt bedoeld met de woorden: ‘De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen’. Want, zegt hij, ‘Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld’ (Mt 28,20).
Jezus vervolgt: ‘Ik zal je de sleutels geven van het Rijk der hemelen’. Het gaat hier niet om wat wij er soms van maken alsof Petrus de portier van de hemel is die bepaalt wie er binnengelaten wordt. Het betekent: jij met je geloof in mij als de Christus, ik geef je de opdracht om dit geloof aan mensen te leren. Jij krijgt het gezag van een leermeester in het geloof. Dit is de kern van allen die in de kerk in gezag zijn gesteld: ons vertrouwd maken met Jezus de Christus. De manier waarop dit gebeurt is de laatste 40 jaar grondig veranderd. Gezag uitoefenen vraagt kennis van zaken hebben en met mensen in contact kunnen treden. Dat is vaak niet makkelijk. Je moet je opvattingen en beslissingen kunnen duidelijk maken. Dat doe je in woorden én in daden. Gezag in de kerk is onmisbaar. De vorm waarin het wordt uitgeoefend, kan veranderen. Levend contact met het geloof van mensen staat voorop. Op dat geloof aansluiten, voorgaan in geloof, er diepte aan geven en soms bijstellen waar mensen eenzijdig worden. Voor die taak staat het gezag van paus en bisschoppen, van priesters, diakens en pastoraal werkenden. Allen bouwen verder op het ene fundament: Jezus de Christus.
P. Stevens
|