We hebben allemaal zo onze eigen voorstelling van wat geloven is. Vaak is ons beeld: als je gelooft gaat het je goed – als je bidt word je gespaard voor tegenslagen; geen stormen die je uit het veld slaan. Stormen moeten ons als gelovigen inderdaad niet uit het veld slaan, maar stormen spelen zich ook af in het leven van ons als gelovigen. Om ons heen. En ook in ons zelf. Wij staan daar vaak niet zo bij stil. Onze primaire gedachte: zo hard gebeden en toch is onze zus niet genezen, maar overleden. Geloven is niet identiek met gespaard worden voor tegenslagen. En dan is het niet omdat Jezus ons gebed niet hoort, maar verwacht Jezus kennelijk iets anders van ons.
In het evangelie wordt ons daartoe een spiegel voorgehouden: na de broodvermenigvuldiging dwong zijn leerlingen alvast in de boot te gaan en naar de overkant te varen. En dan zit het toch tegen!
Doen wat Jezus vraagt en dan toch tegenwind; geteisterd worden door de golven!
En waar is Jezus? Hij is er niet! Hij heeft zich afgezonderd om te bidden.
Er staat niet bij warvoor Jezus heeft gebeden … We kunnen er naar raden. Ik denk niet dat Hij bidt dat er geen storm zou komen. Ik kan me wel voorstellen dat Jezus gebeden heeft om het geloof van zijn leerlingen.
Ze hebben hun geloofservaringen met Jezus – net nog: de wonderbare broodvermenigvuldiging. Maar ze herkennen Jezus niet eens als Hij naar hen toe gaat. De wonderen die Jezus in ons leven doet, kunnen we bij moeilijkheden soms vergeten. Ik denk dat wij ook vaak niet in de gaten hebben dat Jezus naar ons toekomt juist als het tegenzit. Dan kúnnen geloven; Hem herkennen. Niet zo door de storm gepakt zijn, zo van streek zijn, dat je Jezus niet ziet.
Juist in de storm is Jezus dicht bij ons. Het schip van Christus’ Kerk gaat door de stormen van de tijd. We kunnen zelfs zeggen dat Jezus het schip van de Kerk de storm heeft ingestuurd – We zijn als Kerk niet stuurloos, deinend op de golven van de tijd; terwijl de storm beukt. 2000 jaar kerkervaring doet ons beseffen dat Jezus ons nabij is en Hij komt zelfs op totaal onverwachte wijze.
Zo ben ik ervan overtuigd dat ook in onze dagen een vitaliteit in het geloof komt, nieuw leven is al aan het ontluiken …; al zal dat anders zijn dan wij gewend waren; ik denk veel minder massaal; meer persoonlijke overtuiging; een enthousiast tot die Kerk willen behoren.
Het schip van Christus’ Kerk gaat niet ten onder, ook niet door de storm van onverschilligheid die tegenwoordig woedt, met rukwinden die het geloof naar de privésfeer willen terugbannen en uit het maatschappelijk leven willen wegblazen. Gelovige mensen nemen deel aan het maatschappelijk leven – net als de eerste christenen. En daar ligt onze kracht. Ons in storm en tegenslag op Jezus Christus richten, op zijn woord, op zijn gebed vertrouwen, in zijn sacramenten geloven. Stormen óm ons heen – daar weten we wel mee om te gaan.
Maar er kunnen ook allerlei stormen ín ons eigen leven zijn.
Daar moeten we ons dan niet op focussen – dan ga je twijfelen; niet op eigen kracht vertrouwen: Petrus merkte hoe hevig de wind was en op dat moment gaat hij zinken en is er niets over van zijn moedig geloof: zeg mij dat ik over het water naar U toe moet komen. De goede wil is er wel en het enthousiasme, maar dat is onvoldoende! Het gaat ook om radicale overgave van “Heer, red mij!.
Houden we onze blik op Jezus gericht (en ik zou er persoonlijk aan willen toevoegen: blijf in de boot van de Kerk; of laat je door Jezus opnieuw in de boot brengen.
Wij leven in een land waar we gewend zijn dat het waait en af en toe stormt, zowel letterlijk als figuurlijk. En dan weet je ook dat die storm wel weer overgaat en is het soms beter een beetje mee te buigen, de storm over je heen laten gaan en weer overeind te komen als de storm is gaan liggen dan je er krampachtig tegen verzetten.
(Een beetje Chinees: meebuigen en pas terugveren als het kan om zo te winnen.)
We hoeven ons niet overal druk om te maken, want dan krijgt het verkeerde ook zoveel extra aandacht. Zelf blijven geloven en ons veilig weten bij Jezus, onze Verlosser, die Zijn kerk trouw blijft. Hij grijpt ook als we twijfelen ons vast en samen met Hem brengt Hij ons in het schip van de Kerk. Hij zorgt dat de wind weer gaat liggen; welke storm er zich ook in ons leven afspeelt. (Ook al is het pas tegen de ochtend, als het licht al weer gloort.) Jezus brengt ook weer de rust. En het zal ons geloof versterken. We zullen er sterker uit komen, dan we erin gegaan zijn. Die apostelen hebben er een groot ontzag voor Jezus door gekregen:
Waarlijk Gij zijt de Zoon van God. Stormen zijn er niet alleen om zelf te groeien in geloof, maar ook anderen in hun geloof te sterken.