Evangelie en eerste lezing zijn een verwijzing naar de Eucharistie. Jesaja heeft het over:
“kom kopen om niet, geniet zonder geld en zonder te betalen.” Zes keer vinden we in het evangelie een verhaal over de wonderbare broodvermenigvuldiging. Het gaat daarbij om Jezus. En Jezus heeft medelijden met ons. “Toen Jezus de grote menigte zag, kreeg Hij medelijden met hen en genas hun zieken.”
Gedreven door honger naar Gods Woord komen mensen luisteren. Niets kan Jezus er van afhouden Gods liefde aan de mensen te geven.
Van ons bezien: geen enkele kloof is zo diep dat Jezus die niet kan overbruggen
Soms denken de leerlingen dat de mensen zelf maar voor voedsel moeten zorgen en sturen ze hen naar huis. Met de bescheiden inbreng van de mensen doet Jezus wat Hij ook bij het vallen van de Avond bij het Laatste Avondmaal deed … tot op vandaag eten mensen van dat brood tot ze verzadigd zijn. Aan de leerlingen wordt de opdracht toevertrouwd om het brood dat de Heer breekt verder uit te delen.
Veel fantasie hebben we niet nodig om in het evangelie een beeld van de Eucharistie te zien.
Als het gratis is komen mensen. Met Kerstmis in de gezinsmis delen we aan de kinderen graag iets uit: Afgelopen jaar lichtgevende blauwe engeltjes – na de Mis vele ouderen, oma’s die gekomen zijn. En verschillende kinderen en jongeren hebben het hunne afgegeven zodat een oma een kleinkind kon blij maken. Ook mooi. – Wat we eigenlijk mee willen geven is: een positieve kerkervaring. Wij hebben zoveel te bieden, terwijl er zo weinig vraag naar is.
“Doen wij niet iets verkeerd?”, vroeg een collega mij afgelopen week?
“Hoe kan het nu dat er maar zo weinig mensen komen, die wel voor het doopsel hebben gekozen, of wel met kerstmis komen?” Bij Jezus kwamen toch 5000 man, en dan waren de vrouwen en kinderen niet eens meegerekend.
Zelf krijg ik vaak de kriebels als er (weer) een manier als succes-formule gepresenteerd wordt, die aan zou slaan; die jonge mensen naar de kerk zou brengen, … Het kan best, maar ik ben wat voorzichtig. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar niet in geloof. Het zit hem niet in de methode – die speelt wel mee, een goed koor, een goede preek. Maar er is in het verleden zoveel geprobeerd: beatmissen, gezinsmissen, maatschappelijk (politiek) getinte preken, aangepaste liederen, carnavalsmissen, zelfgeschreven (tafel)gebeden – allemaal waardevolle pogingen, maar in feite gaat het om het geloof in Jezus Christus, in zijn aanwezigheid. Wie is Jezus voor mij? En daar zal ieder van ons een eigen antwoord op geven.
Zelf is Jezus voor mij direct verbonden met de Kerk, en dan bedoel ik de meer toegespitst de viering van de H. Eucharistie. Van daaruit ontstaat de Kerk, dat geeft een geloofsband. Het specifieke wat wij als kerk hebben is de Eucharistie; daar wordt “kerk-zijn” gevormd; waar we dat weglaten, gaat het eigene verloren.
Wij zijn een sacramentele Kerk; we mogen geloven in de genadekracht van de sacramenten en die verbinden met ons concrete leven. Dan dringt het geloof door in wat we doen en gaat er vanzelf een missionair elan van uit.
De tijd van de grote aantallen is voorbij; de tijd dat het christelijk geloof algemeen bekend was bestaat al lang niet meer. Dat houdt in dat wij het geloof niet meer moeten veronderstellen, maar het geloof juist voorstellen. Presenteren als de blijde Boodschap! Waar de Eucharistie de symboolwaarde overstijgt en mensen bewust worden van de grote gave, worden ze stil (van bewondering, of aanbidding), of ontvangen een kracht om vol te houden (Titus Brandsma en andere geloofsgetuigen), en weten zich thuis bij Jezus, gedragen door die kerk die leeft vanuit de Eucharistie, voelen er een grote liefde voor en die band met Jezus in de Eucharistie geeft ook een band onder elkaar Ons geloof is een grote rijkdom!
Alleen … mensen-van-nu missen die rijkdom van het christelijk geloof niet en komen er zo moeilijk mee in aanraking. Wij presenteren ons geloof ook vaak zo mager, of zo verdedigend, in plaats van als een warme uitnodiging. Als mensen in onze eigen regio op zoek gaan naar het religieuze komen ze zelfs vaak bij andere religies uit en gaan voorbij aan de Blijde Boodschap van Jezus Christus! Het is aan ons om het mooie en rijke van Jezus Blijde Boodschap uit te dragen. Van daaruit leven; leven vanuit de Eucharistie, waarin we Jezus zelf ontvangen. Als Eucharistie meer voor ons betekent, krijgt het geloof in Jezus verdieping die dan ook weer niet zo gemakkelijk onder woorden te brengen is.
Mensen die leven vanuit de genade van het geloof verstaan elkaar – net zoals mensen die van elkaar houden elkaar verstaan en dat ook niet ten volle onder woorden kunnen brengen.
Ten gunste van onze tijd kan ik wel zeggen, dat we ook de tijd van Jezus niet idealiseren. Jezus zelf zegt erover.
“Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft …Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ [29] ‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus’: “‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ ... ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien.(Joh. 6, 26-29.35-36)
Ons geloof is gratis – “kom kopen en genieten, zonder geld …” (Jes. 55, 1-3) Laat er niets zijn wat ons scheidt van Jezus Christus, want Hij is onze Verlosser. De Jezus Christus, onze Verlosser zoekt ons meer, dan wij Hem.