|
We zijn in onze dagen heel gevoelig voor eigen ervaring. We horen tegenwoordig zelfs spreken over ervaringsdeskundigen: mensen die spreken kunnen vanuit eigen ervaring zoals wie een ziekte, een operatie, een ramp of een auto-ongeluk meegemaakt heeft. Zijn er ook ervaringsdeskundigen als het woord ‘God’ gebruikt wordt? Dan is de vraag: wanneer ervaren we God? Vaak hoor ik van mensen dat zij tot een religieuze ervaring komen bij het zien van kolossaal hoge bergen en diepe kloven of bij de ontdekking van de wonderen van de natuur. Ook bij de ontroering bij het turen naar sterren en planeten in een heldere nacht. Evenzeer als ze een geboorte meemaken. Het is steeds: geraakt worden door het geheimvolle, dat wat niet door mensenhanden gemaakt kan worden. Zo teer, zo ingenieus, zo overweldigend. Die ervaring brengt hen ertoe Gods Naam uit te roepen. Ervaring van God. Het is de verwondering van de psalmbidder: ‘Als uw hemel ik zie, uwer vingeren werk, maan en sterren die Gij daar stelde, wat is dan de mens dat Gij acht op hem slaat, het mensenkind dat Gij hem aanziet? … Heer, onze God, hoe vol macht is uw naam wijd en zijd op de aarde’ (Ps 8,4-5.10).
Er is ook een andere religieuze ervaring. Niet in verwondering om de schoonheid van de schepping maar om de gang van het leven. De joodse gemeenschap leeft van het besef dat het leven geleid, gedragen, beschermd wordt. Dat is bij uitstek vertolkt in het epos van de uittocht, de bevrijding uit het slavenbestaan en de tocht door de woestijn. Het verhaal vertelt hoe de Eeuwige voor Mozes bij de Sinaï zijn Naam uitroept: ‘De Eeuwige is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw’ (Ex 34,6). Hoe scheef het leven van ons, mensen, ook zijn kan, er is barmhartigheid, mededogen: steeds een mogelijkheid om van koers te veranderen, tot ommekeer te komen en van het leven iets goeds te maken. Dat typeert het Godsgeloof van de joodse gemeenschap. Daarom zingt de psalmbidder: ‘Wat is de mens dat Gij acht op hem slaat, het mensenkind dat Gij hem aanziet?’ (Ps 8,5).
God wordt ervaren in de ervaring van mededogen. Dat is de achtergrond van het evangelie van deze dag. Jezus roept mensen naar zich toe die door anderen met de nek worden aangekeken. Zondaars en tollenaars worden ze genoemd. Mensen die het leven afbreken, die zich verrijken ten koste van anderen. Die roept hij. Met die gaat hij aan tafel. Teken van verbondenheid: ‘Met jullie wil ik verbonden zijn’. Zij ervaren mededogen. Matteüs, de schrijver van dit evangelie is er één van, een ware ervaringsdeskundige. De Farizeeën hebben het daar moeilijk mee: ‘Waarom eet jullie meester met tollenaars en zondaars?’ Hij hoort hun reactie en antwoordt meteen: Barmhartigheid is voor mij belangrijker dan offers in de tempel. Juist in het roepen van déze mensen, in dit oprecht mededogen openbaart Jezus wie de Onnoembare voor ons is. Daar wordt God ervaren, een en al liefde en trouw.
Dat is buitengewoon inspirerend. Wie is een ervaringsdeskundige van God? Zeker, degene die geroerd wordt door de ervaring van de eindeloos gevarieerde schepping maar evenzeer en met name wie barmhartigheid ondervindt. Wie liefheeft en vergeven kan, schrijft Gods Naam in het gewone mensenleven.
P. Stevens.
|