|
Een man vertelt me: ‘In de maanden van depressie was het volkomen nacht voor mij. Ik voelde me tot niets in staat, totaal machteloos. Dankzij goede hulp van de psychiater is het weer dag geworden’. Aangrijpend dit sober verhaal. De nacht symbool voor machteloos neerliggen, de dag voor opstaan met nieuwe energie. Wie een dierbare verliest, kent de nacht van verdriet en hopelijk ook de morgen van nieuwe levensmoed. De Bijbel kent dezelfde symbolen. De joden vertellen hoe zij in de nacht wegtrekken uit de ellende van het slavenbestaan in Egypte. Eenmaal in de Rietzee worden ze bedreigd door farao en zijn legermacht. Hoe onmachtig zij ook zijn, in de nacht worden ze gered (Ex 14,19-31). In de ochtend zien zij de vijand dood op de kust liggen (Ex 14,30). Die nachtelijke redding vieren zij elk jaar op Pesach, het Paasfeest in de kring van de familie in de avond en de nacht (Ex 12,1-27). Hun vertrouwen in JHWH heet redding in de nacht, een licht op de levensweg voor alle generaties. ‘Nacht und Nebel’ komen steeds terug. Maar onverwoestbaar is hun geloof, uitgeroepen in Ps 139,12: ‘JHWH, voor U heerst in het duister geen duister: lichtend is de nacht als de dag, de duisternis is gelijk licht’. ‘Er moet licht zijn’, roept de Schepper van hemel en aarde (Gen 1,3; 2Kor 4,6).
De Bijbel vertelt vaker over de nacht. Bij de wonderbare broodvermenigvuldiging geeft Jezus mensen te eten van het brood dat Hij breekt, ‘als het al laat geworden is’ (Mc 6, 35) ‘tegen het vallen van de avond’ (Mt 14,15), ‘toen de dag ten einde begon te lopen’ (Lc 9,12). Voor het laatst Pasen vierend met de twaalf breekt Hij het brood ‘toen de avond gevallen was’ (Mc 14,17; Mt 26,20). Brood breken in de nacht: een nachtelijk gebeuren. De evangelisten leggen er de nadruk op. Ook Paulus. Hij schrijft over ‘de nacht waarin Jezus werd overgeleverd’. Dan neemt Hij brood, spreekt een dankgebed, breekt het brood en zegt ‘Dit is mijn lichaam voor u’ (1Kor 11,23). ‘In de nacht waarin Hij werd overgeleverd’, die woorden klinken elke keer in de eucharistie aan het begin van de consecratie. We zijn er zo gewoon aan dat ze misschien niet meer opgemerkt worden.
Gaat het in de verhalen over Jezus om de avond en nacht in de letterlijke zin van het woord? Ja, maar niet alleen. Het gaat vooral om de nacht in symbolische zin. Hij breekt en geeft het brood van het leven in de nacht van duisternis en dood. Na het laatste avondmaal gaat Hij de nacht in. Angstig en bedroefd bidt Hij in de Hof van Olijven en wordt gearresteerd. Tot die Hem gevangen nemen zegt Hij: ‘Dit is uw uur en uw macht is die der duisternis’ (Lc 22,53). De duisternis van het kwaad valt over Hem heen. Bij de kruisiging staat er: ‘Het was omtrent het zesde uur en er viel duisternis over heel de aarde tot aan het negende uur toe’ (Lc 23,44). Hij sterft in het donker, gaat de nacht van de dood in. Dit wordt zijn Pasen: In het aardedonker van de dood geeft Hij zich in de handen van zijn Vader (Lc 23,46). Die redt Hem. Redding in de nacht opnieuw: ‘Jij bent mijn Zoon, vandaag roep Ik je tot leven’ (Hand 13,33-37). In de ochtend van de eerste dag van de week horen leerlingen dit ongelooflijk paasnieuws (Lc 24,5-11).
Eucharistie vieren is niet slechts herhalen wat Jezus gedaan heeft bij het laatste avondmaal. Het is zijn Pasen vieren: stervend de nacht ingaan en opstaan doordat het licht wordt in de kracht van de Geest (Hebr 9,14; Rom 8,11). Hoe doe je dat? Eucharistie vieren is met Jezus de Heer naar de Vader gaan bewogen door de Geest en zo een nieuwe mens worden, een mens van overgave. Natuurlijk, dat doe je vaak heel aarzelend op goed vertrouwen. Je redt niet jezelf, je wordt gered. Dat ervaart de man die mag opstaan uit zijn depressie en de bedroefde die weer moed krijgt. Wat daar gebeurt, dat is opstanding. Dat is de kern van de eucharistie: opstaan uit machteloosheid en verdriet. Maar het gaat verder. Eucharistie spreekt van ons opstaan uit de dood in de kracht van de Geest (2Kor 13,4). Je verkondigt de dood van de Heer (1Kor 11,26) én je eigen dood. Ps 139,12 is ons verrijzenisgebed: ‘Voor U heerst in het duister geen duister: lichtend is de nacht als de dag, de duisternis is gelijk licht’. Van dit geloof leven wij, moedig en vol hoop. Meer dan wij bevatten kunnen. Zó vierend gaan wij ervoor open.
P. Stevens.
|