Wat zegt heiligheid
ons?
Het gevoel voor heiligheid zijn wij kwijt. We doen gemakkelijk wat neerbuigend over wat heilig is. Het past niet in onze geseculariseerde wereld. Alles is gelijk en even “profaan”! Behalve dan deze geseculariseerde opvatting dat niets heilig is, en we overal tegen aan moeten kunnen schoppen. Vrijheid van meningsuiting. Zonder het te beseffen is dit verlichtingsidee een geloof geworden. Onaantastbaar; daar mag je niet aankomen. En zo maken we ons eigen geloof.
En dan zijn we bij een heel cruciale vraag. Is geloof, dat wat ons heilig is, iets puur persoonlijks, of wordt het ons geopenbaard? Is het puur iets menselijks, of hebben wij met God te maken. In een individualistische samenleving als de onze zijn we geneigd om te zeggen: geloof en geloven is iets puur persoonlijks – het verschilt van persoon tot persoon. En dat gunnen we ieder; zolang anderen er maar geen last van hebben. Maar de samenleving, de overheid moet neutraal zijn.
En daar zit natuurlijk veel in. Niet voor niets heeft de kerk in het Tweede Vaticaans Concilie een heel document gewijd aan de godsdienstvrijheid! Dat is een groot goed; wat we zeker niet meer mogen prijsgeven.
Alleen; hoe neutraal is neutraal? Is het neutraal om godsdienstige uitingen in de samenleving te verbieden. (Te beginnen met hoofddoekjes, kruisbeelden, hoofddoekjes, overgaand naar kerstbomen en -vieringen, processies, het luiden van kerkklokken.)
Ik denk neutraal eerder moet betekenen respect hebben voor iedere geloofsovertuiging en dat is niet hetzelfde als die verbannen, of onzichtbaar maken. Dan propageren we alleen maar het on-geloof; een in de praktijk a-theďstische visie – zoals die in vele landen is geweest en nog steeds is.
Gevoel krijgen voor wat “heilig” is. Dat is iets van de praktijk. Voor een gelovige christen is de bijbel, het Nieuwe en Oude Testament, de Heilige Schrift En dat is voor een christen niet hetzelfde als de koran. Voor ons is niet de koran het heilige boek, al kunnen en moeten we wel respecteren dat voor een moslim de koran evenveel betekent al voor ons bijvoorbeeld de heilige Eucharistie. Wanneer we teveel zaken heilig noemen dan gaat het bijzondere er van af en gaat juist het eigene verloren. Over wat heilig is spreken we anders, we gaan er anders mee om; in een kerk gedraag je je anders; loop je niet zo dwars over het priesterkoor om in het zaaltje te komen. Van teveel van ons eigen geloof hebben we het heilige verloren.
En tegelijk respecteren we wel het eigene van andere religies; beschouwen we in de praktijk de koran en de bijbel en de veda’s van de hindoes als gelijkwaardig. Maar het is daarmee alleen iets van respect voor de ander geworden; het begrip heilig heeft zijn inhoud verloren.
Wat heilig is, kun je alleen aanvoelen als je zelf midden in je geloof staat. War je knielt voor de Eucharistie, waar je eerbied hebt voor een kruisbeeld. – en velen van ons hebben dat ook concreet; heel vaak worden mij kruisbeelden aangeboden, omdat we wel aanvoelen, dat doe je niet naar de RD4; of zo maar naar een rommelmarkt. Dat gevoel, of dat besef, moeten we in ons eigen geloof versterken. Gewoon er in geloven! Iemand die gelooft, kan ook iemand van een andere religie van binnenuit beter aanvoelen. – En dat staat dan los van extreme uitingen, die natuurlijk niet kunnen –
Maar de lezingen van deze zondag gaan telkens over het zelf geraakt worden door wat heilig is. Bij Jesaja staat het heel concreet: de zending van deze profeet gaat uit van God, vanuit het heilig, heilig, heilig, de Heer der hemelse machten (vgl. onze H. Mis). En dan komt het Zend mij!
De tweede lezing van de apostel Paulus is een beschrijving van hoe hij zich tegenover God ziet en hoe hij staat in het geloof. Het geloof dat Hij heeft ontvangen! Dat is zo groots, dat Hij het wel moet verkondigen. Overtuigd zijn van je geloof, doet je beseffen dat je het niet voor jezelf mag houden, maar die vreugde en verlossing ook voor anderen is bedoeld. En uiteindelijk moet ieder het natuurlijk zelf aannemen, zichzelf eigen maken. Wanneer je van binnen uit overtuigd bent van dit geloof in Jezus Christus, dan snap je de uitzending door Jezus van zijn apostelen: om mensenvisser te worden.
Wij mogen in onze omgeving diezelfde missionaire drang hebben om God, om Jezus aanwezig te laten zijn in onze samenleving en niet uit een gebrek aan overtuiging ons neer te leggen bij geloof dat alleen binnenshuis beoefend kan worden. De tijdsgeest si er een van secularisatie; los van geloof; maar is in feite evenzeer een geloof, alleen een geloof zonder God.
Onze levensopdracht is het Heilige bewaren; beschermen; en die heiligheid is allereerst iets wat zich uitdrukt in ons eigen leven!
Laten we als we over pak weg tien jaren terugkijken op ons leven met de apostel Paulus de woorden van de tweede lezing kunnen zeggen: “Door de genade ben ik wat ik ben en zijn genade is niet voor niets geweest.”