Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

24e zondag door het jaar A (11-09-2011)

Enkele weken geleden ontmoette ik een kennis van vroeger. Een vrouw van voor in de veertig, getrouwd en moeder van drie kinderen, allen jongens in de puberleeftijd. Op mijn vraag aan haar hoe het thuis ging antwoordde ze dat zij en haar man vaker problemen hadden met hun zonen. Een van hun jongens doet niets liever dan de hele dag achter de spelcomputer hangen. De ouders wilden dat hij minder tijd achter dat ding zou zitten en spraken gezamenlijk met hem af wanneer en hoe lang hij per dag aan zijn spelcomputer mocht zitten. Op een dag ontdekte zijn moeder dat haar zoon zich niet aan de regels hield, onderhield hem daarover tijdens het avondeten, waar het gehele gezin aan deelnam. Zij wees hem op de afgesproken regels, maar het jong reageerde daar niet op. Wat erger voor haar was: haar echtgenoot verleende haar tijdens dat gesprek geen steun. Zij voelde zich door hem in de steek gelaten. Zij werd toen heel kwaad op haar man en er heerste twee dagen geluidsstilte tussen de echtelieden. ‘Wel beeld, maar geen geluid’ noemde ze die toestand. ‘Hoe gaat het dan nu met jullie?’ vroeg ik haar.’Nou, ik zeg dan maar: ‘ Het is wel vergeven maar niet vergeten’ tegen mijn man, maar iedere keer als we ’s avonds aan tafel zitten, denk ik er weer aan en word ik weer heel kwaad op hem dat hij me toen niet steunde tegenover de kinderen’.’Wanneer je dan zo vaak kwaad wordt, heb je het hem dan wel echt vergeven?’ vroeg ik haar. ‘Nee, eigenlijk niet’ was haar aarzelend uitgesproken reactie op mijn opmerking.

Best medegelovigen, een verhaal dat ieder van u kan aanvullen en zelfs verrijken met eigen ervaringen. Echt vergeven is heel moeilijk. Heeft natuurlijk te maken met de persoon door wie wij ons tekort gedaan voelen. Wanneer dat onze levenspartner of kind is, komt dat veel forser aan dan wanneer het een collega op het werk, die je voor de gek houdt, of een voorbij rijdende teenager op straat, die je uitscheldt voor dove kwartel, omdat je zijn fietsbel niet hebt gehoord. Heeft ook te maken met de mate waarin je door die ander aan de kant wordt geschoven. Een langdurige intense relatie van je partner met een ander is veel moeilijker uit je bewustzijn te bannen dan die wekelijkse avond waarop je partner met anderen zonder jou sport of plezier maakt.

Vergeven is moeilijk, soms gaat het onze krachten verre te boven. Wanneer je kind geestelijk of lichamelijk door iemand verminkt wordt voor de rest van zijn leven. Of als je in een groot gezelschap door een persoon die je vertrouwde bewust en volledig voor schut gezet wordt. Dan is vergeving haast onmogelijk.
Het evangelie van vandaag spreekt ook over vergeving. Natuurlijk ook in Jezus’ tijd wist men hoe moeilijk het was vergeving te schenken. De Joden hadden hun wetten om het gedrag tussen de mensen te reguleren. Als iemand een ander iets aangedaan had, had die ander recht op een nauw omschreven recht op vergelding, die nooit forser mocht zijn dan het aangedane kwaad. De getroffene moest de dader tot zevenmaal toe vergeven. Jezus zet die regel aan de kant en zegt in het evangelie van vandaag met zoveel woorden dat de vergeving oneindig vaak moet geschieden. Vaak onmogelijk voor ons. Dat beseffen we maar al te goed. Jezus opmerking is dan ook gevat in een verhaal over het Koninkrijk der Hemelen, waar andere wetten gelden dan in onze wereld. Denkt u maar aan de parabel van de werkers in de wijngaard. De werkers van het laatste uur krijgen evenveel betaald als de zwoegers die al van de vroege ochtend af de last van de hitte hebben gedragen. Zo ook hier. De oproep tot vergeving wordt radicaal gesteld. Steeds weer opnieuw. Niet enkel vergeven, maar ook echt vergeten. Dus niet in wrok verder leven na een aangedaan onrecht,zoals mijn kennis ten opzichte van haar man doet, maar het aangedane onrecht vergeten en de dader met liefde weer in je eigen kring opnemen. Zand erover, en later niet meer in die zandhoop gaan wroeten. Daar gaat het om.

Lastig, soms onmogelijk.

Maar als we onszelf nu van een andere kant bekijken, niet van onszelf uit maar vanuit de ander naar ons toe. Immers, ‘Niemand leeft voor zichzelf’ hoorden wij de apostel Paulus zeggen in de tweede lezing. Dan moeten wij erkennen dat wij bij anderen ook in het krijt staan. Dat anderen ook ons vergeving schenken voor wat wij hun bewust of onbewust aandoen,voor onze woorden gedachten en vooral onze nalatigheid. Wij leven ongemerkt vanuit vergeving. Anderen geven ons de kans verder te leven, zij rekenen ons niet af op onze daden, onze schulden tegenover hen.

Wij leven niet enkel vanuit de vergeving, de ruimte die anderen ons schenken, maar vooral ook uit de ruimte die de Ander, de ongeziene Aanwezige, ons schenkt. Van Hem, ‘aan wie wij toebehoren’ krijgen wij vergeving om na misstappen, vooral die onuitgesproken gedachten en nagelaten daden, steeds opnieuw te beginnen. Vanuit het gelovige vertrouwen dat God ons accepteert zoals wij zijn, omdat Hij van ons houdt en enkel het goede voor ons wil, mogen wij andere mensen ook benaderen, van hen houden en hun steeds weer vergiffenis schenken.’Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven’ We kennen die bede natuurlijk en proberen die in het leven van alledag waar te maken. Wanneer ons dat niet lukt, ontheft het ons niet van de plicht die we als gelovige hebben om dat steeds opnieuw te proberen. 

Diaken H. Renckens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.