|
Een ervaring van 3 jaar geleden. Ik overweeg het evangelie van deze zondag. Het eindigt met: Waartoe al die voorzieningen? Plotseling kan je de dood overvallen. Op dat moment gaat de telefoon. Een weduwe belt op, een vrouw van mijn leeftijd. Een stem vol tranen: ‘Hans is dood’. Ik heb geen antwoord. Ze was gelukkig getrouwd maar haar huwelijk bleef kinderloos. Daar leed zij onder. Enkele jaren na de dood van haar man leert zij een nieuwe man kennen. Beiden zijn gelukkig met elkaar. Nu is zij opnieuw weduwe, voor de tweede keer. Als een bom valt de dood op het huis van haar bestaan. Haar levensgeluk ligt in puin. Zij is beslist niet de enige. Op zo’n moment is de slotzin van het evangelie volstrekt helder. Wat maken we ons druk, van het ene moment op het andere kan het leven voorbij zijn, het levensgeluk verstoord. Dit besef van betrekkelijkheid komt sterk naar voren in de 1e lezing, het boek Prediker. Het begint ongegeneerd hard: ‘IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid’. Je kunt je aftobben en inspannen met wijsheid en kennis van zaken, maar aan het einde moet je alles afgeven. De dood maakt aan alles een einde. En toch vergeten we dit.
In het evangelie en bij Paulus staat een woord dat me bezig houdt: veelhebberij, hebzucht. Het is de vertaling van een Grieks woord dat letterlijk betekent: steeds meer willen hebben, inhalig zijn. In de Bijbel wordt er steeds tegen gewaarschuwd. ‘Hebzucht mag bij u niet ter sprake komen’ (Ef 5,3). Paulus verdedigt zich: ‘Wij hebben ons nooit afgegeven met hebzucht, God is onze getuige’ (1Tess 2,5). Hij vaart uit tegen mensen die boosaardig, hebzuchtig en slecht zijn (Rom 1,29). Hebzucht is afgoderij, zegt de 2e lezing (Kol 3,5). Je raakt eraan verslingerd. Je bezit wordt je god. In die context klinkt Jezus’ woord: ‘Zie toe en waak voor alle veelhebberij, want ook als iemand overvloed heeft is zijn leven niet iets dat hemzelf toebehoort’ (Lc 12,15 Naardense Bijbel). Natuurlijk moet je zorgen dat er brood op de plank is en dat jij en je gezin goed te leven hebben. Maar uiteindelijk is je leven en je levensgeluk niet gegarandeerd door je bezit.
Waar komt die inhaligheid vandaan? Ze komt voort uit een fatale vergissing. Een voorbeeld. Bij erfenissen ontstaan gemakkelijk ruzies tussen familieleden die tevoren prima met elkaar overweg konden. Daarom zegt men wel eens als iemand hoog geprezen wordt: ‘Heb je al eens met hem gedeeld?’ Wie zijn zinnen heeft gezet op dát erfstuk of dát geld, kan zó worden meegesleept dat de verstandhouding in de familie met één slag verloren gaat. Als je het goed bekijkt, zie je dat ik dan niet de spullen wil bezitten maar dat de spullen mij bezitten. Ik ben dus innerlijk onvrij. Het evangelie laat zien hoe kortzichtig dat is. Je kunt in je leven heel wat bereikt hebben maar als je sterft, heb je er niets meer aan (Ps 49). Dat is de vergissing die je makkelijk maakt. Je zoekt je veiligheid in je bezit. Je meent: Ik ben wat ik heb. Maar … ik ben alleen wat ik ben en niet wat ik heb.
Is er een andere weg? Aan het einde van het evangelie staat: ‘Zo vergaat het een mens die schatten verzamelt voor zichzelf maar niet rijk is bij God’. Als je bezit je ‘god’ wordt met kleine letter, ben je niet rijk bij God met hoofdletter. Mensen die aan het einde van hun leven komen, beseffen dat heel goed, veel beter dan jonge mensen. Een verstandige kijk op het leven kun je pas ontwikkelen als je erbij bedenkt dat je eenmaal sterft. De zin van het leven gaat open als je er ook de dood bij betrekt. Moet je dan voortdurend aan je dood denken? Natuurlijk niet, maar het is niet wijs als je er nooit aan denkt. Als de dood naderbij komt voel je aan dat er heel wat meer is dan bezit. Kun je een beetje loskomen van bezitsdrang? Ik meen van wel. Paulus zegt: ‘Wát heb je dat je niet hebt gekregen? En als je alles cadeau gekregen hebt, waarom die drukte alsof alles van jezelf kwam?’ (1Kor 4,7). Tegenover hebzucht staat dankbaarheid en mensen iets gunnen. Als je zo leeft, word je innerlijk vrij en kun je genieten van het leven ook al eindigt het met de dood. De christen gelooft: De dood is de weg naar de rijke vrede in God als je voor Hem opengaat. Moge die houding, die openheid in ons groeien.
P. Stevens
|