Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

17e zondag door het jaar C (25-07-2010)

Nood leert bidden is de zegswijze. Maar ik twijfel eraan of dat ook geldt voor de huidige generatie. – Wel is het zo, als we ergens mee zitten, zorgen, problemen hebben, dan voelt onze bidden echter. Dan vragen we echt uit innerlijke nood iets. Dan zijn dáár onze gedachten. Dat is ook bij een eerlijk dankjewel: een dankgebed voor iets goeds dat ons overkomen is! We voelen dan dat ons bidden persoonlijk is. Bidden is iets persoonlijks. En tegelijk kunnen we ook samen bidden. Dan wordt ons gebed ook gedragen door anderen en gaat het toch door ook als wij afdwalen.

Dat gebeurt natuurlijk vaak. Mij lukt het niet, zeg ik maar eerlijk, om de gedachten erbij te houden. Met bidden komen we vaak niet verder dan – zoals de dominicaner pater Timothy Redcliff het in een openhartig interview zei – “We richten ons tot God, maar wat Hij te horen krijgt is ons inwendig gepraat over onszelf en de anderen , en ondertussen zitten we ons ook nog af te vragen wat er ;s middags te eten zal zijn…. Maar blijven we lang genoeg zitten, of bidden we vaak genoeg, dan komt er een moment van stilte waar we met God zijn. Bidden is niet aan God dénken. Als we met vrienden samen zijn, dénken we niet aan, dan zij we bij hen. Bidden is bij God zijn.”

Bij het bidden gaat het om onze relatie met God. En die wordt niet bepaald door moment-opnamen. Dan gaat het meer om een grondhouding van onze ziel. In onze ziel moet God gegrift zijn.

Als we gaan bidden, bidden we niet neutraal; we staan al in een bepaalde verhouding tot God. In hoeverre laten we ons leven door Hem leiden? Zijn de geboden voor ons bepalend? 
Waar mensen in het evangelie tot Jezus komen met een vraag, geeft Hij daar vaak geen direct antwoord op. Hij doorziet waar de vraag vandaan komt. 
• Hoe dikwijls moet ik vergeven als mijn broer iets tegen me misdaan heeft? (Angst van vergeef ik wel voldoende, tegenover er moet toch een grens zijn!)
• Is het tegen de wet als een man zijn vrouw om welke reden dan ook wegstuurt? (een aanvoelen van dat past toch niet en toch zijn er die zeggen dat het wel mag!)
• Mozes zegt stenig die vrouw; wat zegt u? (keert Jezus zich tegen Mozes, of tegen de vrouw?)

Jezus geeft daar geen direct antwoord op de vraag, die gesteld wordt. Hij ontmaskert de vraag. – Net als bij de vragen in ons gebed. – Hij kijkt wat steekt erachter! Hij geeft telkens aan: VERTROUW OP GOD, en handel van daar uit. WEES NIET BANG, IK HEB JE UITGEKOZEN. GEEF JE HART AAN MIJ EN BELEEF EEN DIEPE VREUGDE AAN ONZE VERBONDENHEID. In het bij God zijn groeit ons vertrouwen, en ons verlangen om dichter bij Hem te zijn, en dat wij de werkelijkheid aan kunnen.
Een van de nieuwe hulpbisschoppen van Den Bosch heeft als wapenspreuk gekozen: DE WAARHEID ZAL U VRIJMAKEN. Jezus ontvlucht de waarheid nooit. Ons geloof wil ons hart en ons verstand openen voor een eerlijke kijk op de werkelijkheid, met God in het vizier; nooit zonder Hem. Om ons dan niet te laten af-leiden naar allerlei andere zaken – leid ons niet in bekoring.
Bidden is niet alleen vragen dat moeilijkheden uit ons leven wegblijven; gelovig gebed gaat ook door tot bidden dat we het aankunnen. Bidden om de kracht een situatie aan te kunnen. Er een gelovig antwoord op te geven, d.w.z. in eenheid met God. En dan is het bepalend welke plaats ik god toeken in mijn leven. Het gebed dient niet om God te veranderen, maar wij veranderen zelf, onze ziel wordt meer gevormd. Zoals Augustinus het zegt: “men bidt om zijn ziel te vormen, niet om God om te vormen.”
Bidden is niet over God praten, maar iets tót Hem zeggen, of misschien nog veel meer; lúisteren naar wat Hij ons wil zeggen. 
En dan mogen we Hem ook van alles vragen – opvallend is hoe Abraham niet voor zichzelf iets vraagt, maar zich verantwoordelijk weet voor anderen en voor hen ten beste spreekt. We hebben als mens een verantwoordelijkheid voor elkaar; en die wordt door ons geloof nog versterkt. Naastenliefde kunnen we niet scheiden van God; vaakstaan we machteloos tegenover mensen om ons heen. Maar we kunnen wel altijd voor hen bidden; ten beste spreken …

Is dat niet wat Jezus ook deed? Zijn hogepriesterlijke gebed: Ik bid voor hen dat zij stand houden … 
Trouw blijven aan onze gebeden, die een vaste plaats geven, vormt onze ziel, schenkt ons vertrouwen in God. En dan wordt ons handelen een gelovig handelen, vol vertrouwen, een meewerken met God. Dan krijgt eigenbelang niet de overhand, maar krijgen we meer eerbied voor Gods Plan: voor de betekenis van ons doopsel: met Christus begraven worden om met Hem verrijzen. Dan laten we Gods goedheid in onze verdeelde egoïstische wereld door laten werken. 

Biddende mensen zijn gelovige mensen die vertrouwen hebben. Niet tegen beter weten in, maar bewust dat God zal zorgen. Het is de wapenspreuk van de andere nieuwe hulpbisschop (Mgr. Jan Liesen): GOD ZAL ERIN VOORZIEN!

Pastoor Wim Miltenburg fso

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.