Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

12e zondag door het jaar C (20-06-2010)

Jezus Christus of Jezus de Christus. Wij noemen die naam regelmatig. Maar wat zeggen we dan? Christus is niet Jezus’ achternaam zoals iemand meende. In het evangelie zegt Petrus: ‘U bent de Gezalfde van God’. In de joodse taal ‘de Messias van God’, in het Grieks ‘de Christos van God’. Vandaar ons woord ‘Christus’, gezalfde. In Israël wordt een koning met olie gezalfd zoals Saul (1Sam 10,1) en David (1Sam 16,11-13). De koning is ‘de gezalfde van JHWH’ (1Sam 26,9.16). Naar joods aanvoelen is de koning een man in wie de Geest van JHWH op bijzondere wijze werkzaam is. Althans dat is de bedoeling. Door woord en gedrag moet hij laten zien dat de onzienbare God aanwezig en werkzaam is temidden van mensen. En hoe je met JHWH leven kunt. De eerste christenen hebben na Pasen (Hand 2,36) in de lijn van hun joodse traditie deze titel zonder aarzelen toegekend aan Jezus. Meer dan wie ook had hij iets van God laten zien en naderbij gebracht. Door zijn manier van leven, zijn zorg voor zwakken en geringen, zijn aandacht voor waar het in het leven uiteindelijk om gaat, zijn bekwaamheid tot shalom, zijn trouw aan JHWH tot het einde. De titel Messias of Christus wordt hem gegeven om wat hij was en deed, om wat Hij losmaakte in mensen, om de geloofwaardigheid van wat hij verkondigde, om de manier waarop hij zijn geloof in zijn roeping had beleefd, ondanks het ergste, tot op het kruis. Hij bleek achteraf de betrouwbare en onvervangbare vertolking van wat de altijd Nabije van Israël bij monde van Mozes en de profeten met zijn volk bedoelt. Op hem rust bij uitstek de Geest van JHWH (Lc 4,18-19). 

We mogen de titel de Messias, de Christus niet losmaken van zijn joodse achtergrond door eenzijdig de klemtoon te leggen op zijn persoon, met voorbijgaan aan datgene wat hem ter harte gaat, waarvoor hij opkomt. De Messias brengt niet zichzelf maar een manier van leven. Hij staat in dienst van iets anders, van Iemand anders. Uiteindelijk gaat het niet om Jezus maar om datgene waar het Jezus om gaat: het bevrijdend gebeuren van de altijd Nabije in en tussen mensen. Dat kost hem veel moeite. Regelmatig trekt hij zich terug om alleen te zijn in de stilte van het gebed om inzicht en helderheid te ontvangen omtrent zijn roeping en opdracht. Hij is de gezalfde van God. Wij mogen naar hem opzien, niet om ons blind te staren op hem, maar om in hem onze eigen roeping te herkennen, onze opdracht, onze bestemming. 

De Messias kan niet zonder messiaanse mensen. Jezus is de verpersoonlijking van onze roeping, om zo te zeggen, de uitvergrote foto van iets in ieder van ons. Als je kijkt naar zijn gestalte, kijk je naar het beste en het diepste in jezelf. Hij brengt aan het licht wat wij ten diepste als mogelijkheid in ons dragen: voor elkaar beeld te worden van Gods menslievendheid. Daarom: als wij belijden en zingen dat hij de Christus, de gezalfde van God is, doen we dit ook om elkaar te bemoedigen. Om bij elkaar wakker te houden wat we anders door teleurstellingen en tegenvallers makkelijk kwijt zouden raken: het geloof in onze messiaanse mogelijkheden. Want eerlijk gezegd, wat we om ons heen en in onszelf meemaken, is vaak het tegendeel van messiaans, van wat de Christus bedoelt. Het Jezusverhaal gaat dus niet enkel over Jezus. Daarom is het zo’n goed verhaal. Als het alleen over hem zou gaan, zou het ons wellicht niet blijvend kunnen boeien. Hij laat zien dat het kan en hóe het kan: in de kracht van Gods Geest. Zonder geweld, zonder anderen te kleineren, zonder af te haken als het moeilijk wordt, zonder kwaad met kwaad te vergelden. Het gaat hem erom dat we trouw blijven aan het kostbaarste dat een mens in zich heeft: het goddelijk talent anderen kwetsbaar nabij te zijn en op de onzienbare God te blijven vertrouwen ondanks alles. Wij zijn bedoeld zoals hij: liever toegewijd dan toegejuicht, liever ontvankelijk dan onverschillig, liever gewond dan onverbiddelijk. Van de Christus geldt dat hij door ons gedaan en geleefd moet worden. Daarom zegt hij: ‘Kom achter mij aan’. Hij gaat voorop in wat ook van ons gevraagd wordt. Koploper is hij. Maar een koploper komt niet tot zijn recht als er geen mensen achter aan hem aan gaan en zich laten vormen tot mensen die op hem lijken. 

P. Stevens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.