Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

Beloken Pasen 2010 / Barmhartigheidszondag

Inleiding

Beste medeparochianen.

Enkele jaren geleden, om precies te zijn, op 30 april 2000, vroeg de toenmalige paus Johannes Paulus II aan alle katholieken over de hele wereld, voortaan de zondag volgend op Pasen, sinds het concilie de Tweede Zondag van Pasen genoemd, te vieren als de Zondag van Barmhartigheid.
In Nederland werd op die oproep nauwelijks gereageerd. Wat moeten wij met zo’n thema,’God’s Barmhartigheid’ komt toch vaak genoeg aan de orde? Zo klonken toen veel reacties.
Nu een vijftal jaren na de pauselijke oproep wil ik U wat meer over de achtergronden van de nieuwe benaming te vertellen. Veel wetenswaardigheden vindt U op een blad dat U mee naar huis kunt nemen na deze viering. Dat blad ligt op de gebruikelijke plaats achter in de kerk. Een ander deel vertel ik U nu in deze inleiding, waardoor deze wat langer zal duren dan gebruikelijk. In de preek vervolgens zal ik proberen door te stoten naar de geestelijke betekenis van dit feest voor ons.
In Polen wordt in 1905 een meisje Helena Kowalska geboren in een groot gezin. De ouders weten maar net het hoofd boven water te houden. Ieder van hun tien kinderen moet meewerken op hun boerderij. Zo ook Helena. Op zekere dag hoort zij stemmen, die haar vertellen dat zij kloosterzuster moet worden. Zij ziet de oproep als een goddelijk bevel, waaraan zij meent te moeten gehoorzamen. Ouders zijn faliekant tegen, want ze heeft niet genoeg geld voor de bruidsschat om aan het klooster bij intrede af te geven. De stemmen houden vol, Helena ook en zij vertrekt eindelijk, 19 jaren oud, met een bundeltje kleren onder de arm naar Warschau. Zij belt bij elk klooster in de grote stad aan en vertelt haar plan. Zij wil eerst tegen betaling in het klooster wonen, geld verdienen en later, wanneer zij genoeg verdiend heeft in het klooster intreden. Haar tocht langs de kloosters duurt lang, vele portiers staan de jonge vrouw niet eens te woord. Bij de zusters van barmhartigheid, een Franse congregatie die ook in Nederland gevestigd is, heeft Helena geluk. Men neemt haar daar op, ze doet professie, wordt zuster Faustyna en krijgt allerlei eenvoudige baantjes in de keuken en in de tuin, want zuster Faustyna mag dan graag bidden, erg slim en handig is ze niet. Ze is overal inzetbaar en komt zo ook terecht in Wilno, een oude Poolse stad, die nu in Litauen ligt en Wilnius heet. Daar heeft ze het geluk, zeg maar de genade, als biechtvader priester Michal Sopocki te ontmoeten. Deze was aanvankelijk spirituaal aan het grootseminarie van Wilno en later professor in de theologie. Hij zal steeds kritisch maar welwillend blijven staan tegenover zuster Faustyna. Deze vertelt haar biechtvader over haar stemmen en later zelfs over haar verschijningen. In een verschijning verschijnt Jezus haar en beveelt haar een goede schilder te zoeken aan wie ze de opdracht moet geven het beeld van Jezus te schilderen volgens haar aanwijzigingen. Een kopie van dat beeld ziet U hier op het altaar staan. Biechtvader Sopocko vraagt zuster Faustyna een dagboek bij te houden om daarin verslag te doen van haar verschijningen en zieleroerselen. Dat doet Faustyna. De biechtvader stuurt zuster Faustyna ook naar diverse psychiaters en neurologen. Deze ontkennen de echtheid van haar verschijningen niet.
De zuster wordt door Jezus gevraagd om een eigen congregatie te stichten, gewijd aan de Goddelijke barmhartigheid en binnen de kerk te ijveren voor een zondag van Barmhartigheid. Deze doelen worden niet bereikt tijdens haar leven dat in 1938 eindigt. Na haar dood echter wel.
Na een lange periode van verzet, die eindigt in 1958, geeft de kerk toestemming om het beeld van de Goddelijke Barmhartigheid te vereren. Zuster Faustyna wordt in 2000 heilig verklaard en de eerste zondag na Pasen wordt tot zondag van de Goddelijke Barmhartigheid omgedoopt.

Overweging

‘Barmhartig’ een woord dat een gevoel van deftigheid bij mij oproept. Een woord dat in het gewone spraakgebruik tussen mensen bijna niet gebruikt wordt. Wij noemen mensen goed als ze onderdak geven aan tieners die door hun ouders op straat gezet zijn, of zorgzaam als ze ervoor zorgen dat de ongehuwde moeder met haar kindje beddengoed krijgt of wanneer ze de boodschappen doen voor een buurvrouw met een gebroken arm.
Maar barmhartig? Dan denk ik aan de zeven werken van Barmhartigheid: de hongerigen eten geven, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken bezoeken, naar de gevangenen toe gaan en de doden begraven. Weet u wel, nog uit de katechismus. Of uit Matteüs 25: alle goede dingen doen waardoor en waarin men de Christus kan leren kennen. Ook al wil je van God en Kerk niets weten en je doet toch aan minstens één van de werken van barmhartigheid dan zit je goed na je dood. Dat werd ons geleerd en dat blijft natuurlijk ook zo.
Maar waarom dan zoveel nadruk op die barmhartigheid? Is het vreemdelingen herbergen, om maar een werk bij de kop te nemen, niet gewoon liefde betonen. Komen we dan niet weer uit op het hoofdgebod van de liefde; bemint de ander zoals U zelf?
Veel mensen hebben al met deze vraag gezeten. Ook de biechtvader van zuster Faustyna schrijft dat hij zelf met dat probleem zat:’Hoe is het mogelijk dat deze zuster met niet meer dan drie jaren lager school, steeds maar weer spreekt over ‘barmhartigheid’ en niet over liefde. Het is natuurlijk een argument voor de echtheid van haar verschijningen maar het eist van ons ook dat wij ons verdiepen in de betekenis van barmhartigheid.
Biechtvader priester Sopocko heeft daar zijn hele lange leven op gestudeerd en er dikke boeken over vol geschreven. Zijn conclusie is ongeveer de volgende: het woord barmhartigheid betekent medegevoel en vergeving in één. Maar door het zo te zeggen noemen we de derde partij in het verbond niet: de trouw.
Zo is God barmhartig, niet alleen omdat hij met ons mede voelt en ons vergeeft, maar ook omdat hij dat doet vanuit zijn trouw aan ons. Zo zijn wij ook barmhartig voor anderen; wij voelen met anderen mee, vergeven wat zij ons hebben aangedaan, maar doen dat vanuit een gevoel van trouw aan ons eigen menselijk bestaan, dat ook het bestaan is van de mensen met wie wij samenleven. Sopocko onderstreepte ook dat barmhartigheid een wezenskenmerk is van God. Al bij de profeten wordt dat duidelijk; Zo spreekt God tot zijn volk bij monde van de profeet Jesaja (Js. 54.7): “Een korte tijd liet ik je alleen, maar ik haal je weer bij me, want diep ben ik met je begaan” In de bergrede volgens Lucas zegt Jezus: ‘’ Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.” 
Medeparochianen, wat hebben we nog meer als aansporing nodig dan dit woord van Jezus zelf! Weest barmhartig, niet enkel om zo goed te doen, maar ook omdat wij zo ons op de weg bevinden die de Heer ons gewezen heeft. Weest barmhartig, zoals God dat voor ieder van ons is, niet berekenend maar onvoorwaardelijk en onophoudelijk. Heb maar weer geduld met je partner, probeer het voor de zoveelste keer opnieuw met je kinderen, want zo gaat God met ons om, met ieder van ons.
Tot slot voor als U twijfelt:onder het beeld van Jezus moest de schilder van zuster Faustyna een band schilderen met het opschrift: “Jezus, ik vertrouw op U”

Diaken H. Renckens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.