|
In de katholieke kerk vieren wij zo vaak eucharistie dat we het risico lopen niet goed meer te beseffen wat we doen. Witte Donderdag nodigt ons uit om dieper in te gaan op dit belangrijkste sacrament van onze kerk. Hoe krijgen we daar meer zicht op? Na de consecratie roept de priester: ‘Verkondigen wij het myste- rie van het geloof’. Wij antwoorden: ‘Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat hij komt’. Dit is het mysterie van het geloof: In de eucharistie vieren we dat Jezus is gestorven. Wij zeggen het niet alleen, in een heilig teken vieren we het ook. Als je eucharistie viert en de heilige communie ontvangt, verkondig je: ‘Jezus is gestorven’.
Een nuchterling kan opmerken: ‘En wat dan nog?’ We moeten verder zoeken. Wij zeggen: ‘Wij verkondigen de dood des Heren totdat hij komt’. Hoe en wanneer komt hij? Nog indringender: Hoe kán hij komen? Hij is toch gestor- ven. Bij de consecratie spreekt de priester de woorden die wij vandaag van Paulus horen. Hij legt uit hoe de gelovigen in Korinte eucharistie moeten vieren. Van wie weet hij dat? Hij zegt: Ik heb zelf van de Heer de overlevering ont- vangen en die geef ik jullie door. Wat hij zegt komt niet van hém, het is een overlevering die van Jezus komt. In het jaar 54 beseffen christenen: Wat wij aan de tafel van de eucharistie doen komt van Jezus zelf. Dan vertelt Paulus ‘dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij werd overgeleverd brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: Dit is mijn lichaam voor u (...) Zo ook na de maaltijd de beker met de woorden: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed’. Tot twee keer toe zegt hij erbij: ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’. Doe dit om aan mij te blijven denken. Blijf je de avond voor mijn heengaan herinneren, de nacht waarin ik aan de dood ben overgeleverd. Ik heb je toen een teken gegeven. Zo versta je wat mijn heengaan betekent. Ik heb me gegeven voor jullie. En dit is het teken: mijn lichaam in een stukje brood, mijn bloed in een dronk uit de beker. Door te eten en te drinken neem je mij in je op. Ik word een stuk van jullie, ik leef nu in jullie. Ik kom naar je toe in een heilig teken, een sacrament.
Hoe kan dat? Hij is toch gestorven. Dit is het moeilijkste punt. Het gaat niet alleen om zijn sterven. Om dat te verstaan wijs ik naar een andere accla- matie. Als de priester zegt: ‘Verkondigen wij het mysterie van het geloof’, kunnen we ook antwoorden: ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belij- den tot gij wederkeert, dat gij verrezen zijt’. Wij zeggen: ‘Jezus, u bent gestor- ven én verrezen. U bent weggegaan en thuis gekomen. U bent naar uw Vader gegaan die u tot leven roept door de adem van de heilige Geest; u bent de levende, zo komt u in ons’. Het klinkt misschien vreemd. Jezus’ heengaan maakt het mogelijk dat hij in ons midden komt. Door de kracht van de Geest. Wij worden begeesterd door de adem van de Geest die Jezus ons schenkt. Zijn lichaam worden wij. Zoals Augustinus zegt: ‘Je ontvangt het lichaam van Jezus om zijn lichaam te worden’. Daarom: eucharistie vieren is een diepgaand gebeu- ren. Voor routine is geen plaats. Als je oprecht viert en deelneemt, ga je met Jezus mee naar zijn Vader en word jezelf door de heilige Geest bezield. Deel- nemen heet dan ook heilige communie, heilige verbondenheid met Jezus de Christus, de Levende. Samen stel je je daarvoor open. Na de viering moet duidelijk worden dat je ook Jezus’ lichaam geworden bent. Hoe? Door te leven, te dienen en lief te hebben zoals hij. Wat een voorrecht om christen te zijn. Hoe- zeer we ook lijden onder onze fouten en gebreken, Jezus wil leven in ons.
P. Stevens
|