Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

5e zondag door het jaar C (07-02-2010)

Ik heb me afgevraagd: wat moet ik nu doen met “het jaar van de priester”? Vorig jaar door paus Benedictus uitgeroepen. Van 19 juni 2009 tot dit jaar 19 juni. Aanleiding: de 150e sterfdag van de pastoor van Ars. Tot nog toe nauwelijks genoemd. Bedoeling van dit jaar van de priester: om de samenwerking tussen priesters en leken te bevorderen; “om krachtens het gewijde priesterambt allen te leiden tot de eenheid van liefde. – In zo’n schrijven wordt het evenwicht bewaard tussen ‘gewone gelovigen’[leken] en de priesters. “De priesters moeten graag naar de leken luisteren en met hun wensen rekening houden” gebruik maken van hun ervaring en competentie, “om samen met hen de tekenen van de tijd te kunnen onderkennen.”

Afgelopen week sprak ik een priester die een studie-opdracht had. Ik vroeg hem waar hij mee bezig was – hij studeerde kerkgeschiedenis – hij zegt: over Basilius (5e eeuw). Maar niet wie hij was en wat hij gedaan heeft. Dat interesseert geen mens meer. Maar ik probeer bij hem antwoorden te vinden voor deze tijd. “Hoe je met internet moet omgaan, met msn en zo. Ik zie,” zegt hij, “dat deze Griekse kerkvader uitgaat van het positieve wat er in de mens zit. Niet: de mens is zondig. Maar wat kan iemand allemaal. Dat spreekt mensen van nu aan. Wat zijn je mogelijkheden, wat is je missie, wat is je zending, of je roeping zelfs!” en hij accentueerde de werking van de H. Geest in ons.

En dat herken ik in al de drie lezingen van deze zondag. Er is “dat geraakt zijn” dat bij een roeping hoort en tegelijk die schrik, die huiver, om erop in te gaan.
• Jesaja: Geraakt door het heilige en tegelijk het ‘wee mij, ik ben verloren’; ik kan dat niet dragen er niet aan beantwoorden. En aan het einde toch:”Wie moet Ik zenden”. Jesaja geeft antwoord op die roepstem: “Hier ben ik, zend mij!”
• De tweede lezing: Paulus: geraakt door Jezus Christus, op de weg naar Damascus. Zich bewust van zijn zending. En tegelijk: ik ben niet waard apostel te heten, want ik heb Jezus vervolgd! Maar Hij gaat wel in op die zending, die roepstem. Hij heeft een duidelijke missie. En is zich dat in alle omstandigheden bewust. Tot in de gevangenis, of als hij in Rome huisarrest heeft: hij roept op om in Jezus te geloven.
• Het evangelie: hetzelfde bij Petrus. Hij kende Jezus al; had op zijn woord de netten nóg een keer uitgegooid – wellicht zeer tegen zijn zin en verstand in – en hij vangt zoveel vissen, dat hij erdoor van slag raakt. Niet vanwege de vissen, maar wie is die Jezus wel? En dan, dat hoort er telkens bij: wie ben ik? wie ben ik dat Jezus zo met mij bezig is? En ondanks die spanning ‘ja’ durven zeggen: “Ze brengen de boten aan land en lieten alles achter om Jezus te volgen” Petrus en de andere vissers: zijn broer Andreas en de twee broers Johannes en Jacobus.
Voor iemand die ‘roeping heeft’, roeping gevoelt, is die spanning herkenbaar. Bewust van de grootheid om in Jezus Naam te spreken en handelen en tegelijk de eigen kleinheid, het niet in staat zijn – de eigen zondigheid - daartegenover zien.

En zo’n evangelie is nooit alleen bedoeld voor mensen die ‘tot priester geroepen zijn’, maar voor ieder. Geraakt worden door Jezus’ grootheid. Wie is Jezus voor mij? Die vraag dringt zich op.
En ons antwoord bepaalt ons geloof. Dat is niet alleen iets in theorie ‘opzeggen’: de geloofsbelijdenis. Maar vooral wat heeft dat met mijn leven te maken?! 
Die collega-priester die over de kerkvader Basilius schreef gaf een belangrijk zinnetje aan uit de Griekse filosfie: ken jezelf!

Ken jezelf is niet alleen iets psychologisch: je sterke en zwakke kanten en houd daar rekening mee. Jesaja uit de eerste lezing en Petrus uit het evangelie kenden zich maar al te goed! In het licht van die ontmoeting met ‘de Heilige’ roepen ze daarom uit: “Wee mij, wie ben ik, dat mij dit overkomt. Ik ben verloren!” Ons geloof is juist en heel positief geloof. Hoe beperkt, hoe klein ik ook ben: God raakt me aan. “Een van de serafs (= een engel) vloog naar me toe en raakt mijn mond aan en sprak’ nu dit uw lippen aangeraakt heeft, zijn uw zonden verdwenen uw misstappen vergeven.” En zo is ook Paulus door God aangeraakt ‘door dat licht en die stem die hem zei: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?” En Petrus: Hij roept in het besef van zijn kleinheid: “Heer ga weg van mij, want ik ben een zondig mens!”en Hij hoort ”Wees niet bevreesd; voortaan zul je mensen vangen.”

Zo werkt roeping. Altijd is er: dat kan ik niet, dat is niets voor mij. En tegelijk die drang, dat aangetrokken zijn – door Jezus zelf – om Hem te volgen en present te stellen. Ik ervaar het priester-zijn als iets van die grootheid van ons geloof mogen doorgeven; in Jezus naam mogen zeggen: “Ik doop u in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest”; te zeggen “dit is Mijn Lichaam”. Ik besef dat Jezus zijn lot, de voortzetting van zijn Rijk, in handen van zondige mensen heeft gelegd. Daarom is de kerk ook zo menselijk en zwak. En ik ervaar het tegelijk als een wonder dat God het toch door die mensen doet; met alle tekortkomingen. Sla de krant maar op. Daar kun je je aan de ene kant aan ergeren, er tegen aanlopen en tegelijk: God schrijft recht op kromme lijnen!!! = Dat God door mensen met grote gebreken, zonden vergeeft, troost biedt, zijn heil hier op aarde vestigt.

Geloven heeft er zo alles mee te maken hoe we tegen Jezus aankijken – iedere zondag spreken we het uit in de geloofsbelijdenis – én tegelijk, en dat we dat niet losmaken van het geloven in de Kerk. Ik schrijf dan Kerk graag met een hoofdletter. Vanwege de heiligheid. En tegelijk in het besef: we zijn allemaal zondige mensen die in de kerk leiding geven. En dan ben ik toch oprecht dankbaar dat ik die geloofsbelijdenis helemaal van harte mee meebid en graag bevestig met Amen.

Pastoor Wim Miltenburg fso

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.