Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

Zondag 3e advent jaar C (13-10-2009)

Medegelovigen, zusters en broeders,

Iets minder dan veertien dagen en het is weer zover. Kerstmis. Voor velen van ons een rustpunt te midden van de drukte van het leven. Voor anderen: dagen die maar zo snel mogelijk voorbij mogen gaan, omdat zij hun geliefden missen om deze dagen samen mee door te brengen. Al wekenlang worden we attent gemaakt op de Kerstdagen , zoals ze doorgaans genoemd worden. Kerstbomen staan thuis en in de stad in alle soorten en maten, kerstliedjes met engeltjes, rendieren en klokjes, kerstkaarten die wij ontvangen maar ook zelf rondsturen. Wat drijft ons mensen toch om juist met die dagen aardig en attent voor elkaar te zijn? Het gebrek aan licht overdag, de diepe behoefte even wat afstand van het jachtige bestaan van alle dag te willen nemen? Misschien wel nostalgie naar de kindertijd toen, tenminste volgens ons gebrekkige geheugen nu, de hele wereld onder een dik pak sneeuw lag en alle mensen lief en aardig voor elkaar waren. Niet alleen in onze kindertijd maar nu nog steeds raken we ontroerd, door het kind dat in zulke behoeftige omstandigheden wordt geboren, door de herders en de schapen die zich naar het stalletje spoeden. Door al die zaken worden wij ontroerd. Dat is niet erg, het gewone leven van alledag is immers al hard genoeg. Ik gun U allen en mezelf daarom een mooie, vreedzame Kerst over bijna twee weken, maar vraag me ook af: Dat kan toch niet alles zijn.
Wij weten dat ten tijde van de Germanen een midwinterfeest bestond, dat werd gevierd op dagen dat er nauwelijks licht was.
De kerk heeft dat feest gekerstend, met Christus in verband gebracht. Het midwinterfeest werd zo omgedoopt in het feest van de geboorte van de Heer, onze Heer. Als we om ons heen rondkijken buiten deze kerk dan lijkt het er wel op dat deze kerstening zijn langste tijd heeft gehad. Misschien dat aandachtige lezing van de teksten van de woorddienst van vandaag ons verstaan van Kerstmis kan verrijken.
Prominent aanwezig in het evangelie van vandaag is Jan de Doper. Een man, met een stel leerlingen rondtrekkend in de woestijn, ver weg van het leven in de stad. Diep religieus en slechts gekleed in een kamelenhuid op zoek naar God. Hij is voorstander van een totale, radicale bekering. De bekering wordt voltrokken door de doop met water. Water is het belangrijkste middel om je mee te reinigen en daardoor zeker in de barre omstandigheden van de woestijn een ijzersterk symbool. Mensen komen naar hem toe en vragen wat ze moeten doen om het naderend oordeel te ontlopen. Johannes geeft raad in woorden die wij ook uit Jezus mond zouden kunnen verwachten: wie meer heeft aan voedsel dan een ander dient met hem te delen, tollenaars, belastingambtenaren in dienst van de bezetter, mogen mensen niet afzetten en soldaten moeten tevreden zijn met hun soldij.
Maar er is meer, Johannes verwijst ook naar Jezus, een leraar met volgelingen, net als hij, die niet alleen het oordeel over de mensen zal uitspreken en het ook zal voltrekken, maar ook zal dopen met de Heilige Geest en met Vuur.
Het gevaar bestaat, medegelovigen, dat we Jan Baptist en zijn woorden als iets uit het verleden beschouwen. ‘Die heeft nu eenmaal daar rondgelopen, daar wordt nu over verteld, nou ja, het zal wel.’ Het zal niet, beste mensen, want alles wat de Doper zegt, wat hij doet of nalaat, dient om de persoon van Jezus beter aan te geven. Daarom is wat Jan Baptist zegt ook voor ons, mensen van 2009 van belang. Jezus zal dopen met heilige Geest en Vuur. Ook wij zijn met die doop gedoopt. Die Heilige Geest is ons meegegeven, bij de doop en het vormsel, twee sacramenten die in de begintijd van de Kerk in een keer achter elkaar werden toegediend. Wij zijn ons er helaas zelden van bewust dat wij die Geest van in ons aanwezig mogen weten. Om maar te zwijgen van het vuur. Wij warmen ons graag aan het vuur van een begaafd spreker, die met welgekozen woorden zijn overtuiging voor ons vertolkt. Maar wat doen wij zelf met dat vuur?Laten wij het stilletjes in onze geesten uitdoven of durven wij het op onze manier branden te houden en verder door te geven?

 ‘Wees niet bang’ zei de profeet Sefanja in de eerste lezing, ‘De Heer, uw God, is bij u, door zijn liefde maakt Hij u nieuw; Hij jubelt om u van vreugde.’ Mogen die woorden ons vergezellen, nu in de dagen voor kerstmis maar ook tijdens de hopelijk vele dagen die er op volgen.

Diaken H. Renckens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.