|
‘Nee, een heilige ben ik niet’, zei de oude man, ‘ik heb wel altijd zo goed mogelijk gezorgd voor mijn vrouw en kinderen’. Wie noemen we heilig? We vieren het feest van Allerheiligen. Wat is heiligheid? In ons geloof gaat het uiteindelijk om dit ene: dat wij heilig leven, heilig gaan leven. ‘Heilig’ wil hier zeggen: absoluut integer, helder en transparant tot de bodem van je bestaan, met eerbied voor het leven van iedere mens en voor de wereld waarin die mens leeft, zelfs al moet dit ten koste gaan van jezelf. Dat is heel wat. Het klinkt krankzinnig en dat is het ook. Dat blijkt wel uit het levenslot van Jezus de Christus, ‘de heilige van God’ (Mc 1,24). Met huid en haar heeft hij heilig willen leven. Aan die heiligheid is hij dood gegaan, de heiligheid die God eigen is. De joodse gelovige beseft dit en vertelt: ‘JHWH zegt tot Mozes: Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten: Wees heilig, want Ik, JHWH, uw God ben heilig’ (Lev 19,2): Ik heb me met jou verbonden. Je bent Mij lief. Zorg nu dat Mijn Naam uitgetekend wordt in de manier waarop je leeft. Dan gaan anderen zien dat je bij Mij hoort. Door jou gaan ze Mij kennen.
Dat gaat wel erg ver. Ja, dat is waar. Maar heiligheid betekent hier liefde. Gods heiligheid is zijn liefde. Of liever nog: Gods liefde is heilig, absoluut integer, volkomen transparant, met eerbied voor iedere mens, zelfs ten koste van zichzelf. Tot die heiligheid zijn wij geroepen (1Petrus 1,15-16). Een mens is bedoeld om een spoor van Gods heilige liefde door de geschiedenis heen te trekken. Hoe? Door zelf heilig te worden. Dat kan op veel manieren. Het evangelie geeft aanwijzingen: leef arm van geest en zachtmoedig. Dat is: leef ontvankelijk, wees van binnen geen steen en blaas je niet op. Het leven wordt je gegeven. Blijf op zoek om iedereen recht te doen. Wees barmhartig, probeer mensen die kwaad gedaan hebben te vergeven. Wees altijd bedacht op vrede. Ik hoor u al zeggen: daar kom ik niet aan toe, dat is teveel voor mij! Dat is waar. En toch ligt in die houding de waarde van het leven. Dat zie je bij een uitvaart. Het is nu gewoonte dat een In memoriam wordt uitgesproken. De dode wordt kort getypeerd. Zijn/haar beeltenis wordt getekend. Het valt mij op dat steeds de nadruk valt op het goede van die mens. Natuurlijk zijn er ook mensen in de kerk die weten wat er in het leven van deze dierbare minder goed was. Toch wordt het goede naar voren gehaald. Begrijpelijk, want zoals we zeggen: ‘Over de doden niets dan goeds’. Zo willen wij ons de dode blijven herinneren. Al dat goede, hoe vermengd ook met kwaad, dat is de waarde van deze mens.
Nog een stap verder. Schrik niet. Heilig worden wil zeggen: Worden wat God is. Dat is de verrassende boodschap van de 2e lezing. In iedere mens zit die mogelijkheid. Je wordt geschapen als Gods beeld om op Hem te gaan lijken (Gen 1,26-27). Niet dat je God wordt, maar je wordt iemand die op God gaat lijken. Onvoorstelbaar. God wil mens worden in iedere mens. Eindeloos verschillend. Zijn gelijkenis zie je op unieke wijze uit-getekend in Jezus de Christus (Hebr 1,3). Van hem gaat een Geest uit (Jo 19,30; 20,22). Die ontvang je als een zegel op je voorhoofd (Apoc 7,3). Die heilige Geest is de kracht en de onuitputtelijke dynamiek in jou om goed te doen, transparant te worden tot op de bodem van je bestaan, vol respect voor iedere mens en de wereld waarin hij leeft. Totdat je niet meer kunt en uitgeput bent. Dan sterf je en word je door de liefde die God is (1Jo 4,8), gelouterd om Hem te zien zoals Hij is. Dan ben je in de hemel, zoals we zeggen.
Ik ga terug naar de oude man. Hij zei: ‘Nee, een heilige ben ik niet, wel heb ik altijd zo goed mogelijk gezorgd voor mijn vrouw en kinderen’. Zonder het te weten heeft die man heilig willen leven. Hij heeft in zijn leven een spoor getrokken van Gods heilige liefde. Om dat steeds dieper te gaan beseffen komen we elke zondag bijeen, luisterend, vierend, biddend. Ook vandaag. Ontelbaar velen, bekenden en onbekenden, zijn door de loutering heen gegaan en heilig geworden, een en al liefde in God. Voor hen geldt: ‘Het is volbracht’ (Jo 19,30). Voor ons is er nog een weg te gaan. Vol vertrouwen.
(André Zegveld, Worden wat God is. Mensen op het spoor van God brengen, Lannoo Tielt 2009)
P. Stevens
|