De Carmelietenpater Hugo Cooijmans (1912-198?), bekend van zijn boekje “uw spraak verraadt u” kon aan het accent horen waar uit Nederland iemand vandaan kwam. Hij was langzaam blind geworden en toen hij helemaal blind was, hoorde hij nóg tien keer beter. Alles moest hij op zijn gehoor doen. De medische techniek ging vooruit en een aantal jaren later was het wel mogelijk om hem aan zijn ogen te helpen: een wereld ging weer voor hem open: hij kon weer zien. En tegelijk was hij dat éxtra van zijn gehoor meteen weer kwijt. Horen waar iemand vandaan kwam kon hij ook toen nog; en hij zat er nooit meer dan twintig kilometer naast.
Een blinde hoort beter en meer. De blinde zoon van Timeüs, Bartimeüs hoort Jezus aankomen. Hij hoort beter dan Jezus’ leerlingen. Híj hoort WIE Jezus is! Dat blijkt uit wat Bartimeus roept: Jezus, ZOON VAN DAVID, heb medelijden met mij. – Zoon van David, d.w.z. Koningszoon, door God gezalfde, = Christus, Messias. Zo hadden de anderen Jezus niet herkend. De blinde Bartimeus is ervan doordrongen WIE Jezus is, veel meer dan de menigte; wellicht nog meer dan zijn leerlingen. Daarom blijft hij ook roepen. Sterk overtuigd dat Jezus hem kan helpen, trekt hij zich weinig van zijn omgeving aan. Die snauwen hem eerst toe; maar even later – het laat zien hoe wisselvallig de menigte is – bemoedigen ze hem: “Heb goede moed! Hij roept u.”
Een blinde kan een betere kijk op de wereld hebben dan mensen die zien. Mensen die wat verder af staan van Jezus – verder af staan van de Kerk – kunnen soms beter de Blijde Boodschap horen. Wij zijn eraan gewend. Jezus is de Verlosser. Dat woord zegt ons niets. Wij staan er niet bij stil waar wij verlossing nodig hebben. Iemand die BETER HOORT, misschien omdat hij blind is en geen uitkomst ziet – zo iemand kan meer geraakt worden door de ontmoeting met Jezus.
Het kan ons verbazen dat Jezus hem vraagt: “Wat wil je dat Ik voor je doe?” Dat is toch duidelijk; natuurlijk wil die man beter worden en weer kunnen zien. Maar Jezus dringt zich niet op; Hij heeft juist grote eerbied voor die man. Jezus bepaalt niet zelf wat Hij voor de blinde kan betekenen. Het is aan de man om dat zelf te vragen. Hij moet zelf spreken. Door het uitspreken wat hem beklemt wordt de ontmoeting met Jezus een gesprek van mens tot mens, van mens tot God. Door uit te spreken wat hem blind maakte, wordt hij door Jezus genezen. En bij Jezus blijft het niet beperkt tot psychologie: spreek uit wat je dwars zit, dat doet je goed; bij Hem is er echte genezing.
Tegen Jezus uitspreken waar wij geen uitzicht meer zien – je mag er zelfs de biecht bij betrekken – daar kan Hij genezend werken en geeft het zicht en het inzicht weer terug.
Jezus heeft oren naar het smeken van iemand die erkent dat hij niet ziet. Hij vraagt erom dat iemand kán uitspreken wat hem bedrukt en de verlossende, genezende kracht van Jezus ervaren: GA, UW GELOOF HEEFT U GERED!
Wat mij opviel: de blinde moest zelfs tegen de stroom in volhouden met roepen. Luidkeels! Velen snauwden hem toe te zwijgen. Maar daardoor roept Hij juist nog harder; om erover heen te komen. Het gaat hem er niet om wat anderen ervan vinden: het gaat hem om Jezus. Omdat hij alle vertrouwen in Jezus heeft: “Rabboeni – Meester – maak dat ik zien kan.”
Er was een hele menigte die Jezus volgde. Allemaal mensen die wél zagen. Ze trokken wel met Jezus mee, maar of ze echt in de gaten hadden WIE Jezus was?! Ik vraag het mij af. Dat vraagt een nog wat dieper luisteren; dat vraagt erop vertrouwen dat Jezus je kan genezen. Het zal toen niet anders geweest zijn dan nu. Niet alle katholieken zijn even kerkelijk. Niet alle volgelingen van Jezus zijn even trouw.
Het is goed om met Jezus echt in gesprek te raken. Hij neemt ons serieus en wil dat wij Hem ook serieus nemen. Zolang wij ons niet persoonlijk engageren, zo lang spreekt Hij ons ook minder aan; dan dringen we niet door tot WIE HIJ IS, of blijft het theoretisch. Het is de weg van het geloof die ons leert wie Jezus is. Soms los van de omgeving; of tegen de omgeving ingaand. Ze snauwden hem toe te zwijgen.
Waar mensen het niet meer zien zitten, krijgen ze meer oog voor wie Jezus is. Zorgen wij dat we dan niet in de weg gaan staan en hen van Jezus afhouden.