Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

28e zondag door het jaar B (11-10-2009)

Soms raken we van slag – we hebben onze plannen, onze verwachtingen en dank krijg je ineens een bericht dat alles in het honderd gooit! Een vervelende medische uitslag, ontslag, overplaatsing, je relatie loopt stuk, een veel te jong overlijden … Van slag kunnen we raken van gebeurtenissen die ons diep raken, of als er iets gebeurt met mensen die veel voor ons betekenen. Aan de ene kant ben je dan soms blij dat je een geloof hebt, dat geeft steun en houvast …

Anderzijds kán ook juist het geloof in Jezus ons van slag brengen. Als Jezus veel voor ons betekent; we proberen te leven naar zijn woorden en voorbeeld; we lezen in de H. Schrift, komen in de kerk dan kun je ook juist door zo’n bijbelwoord, of een geloofsoproep van de kaart raken. De bijbel staat er vol van; Bijna al de roepingsverhalen laten dat zien. “Nee, dat is niets voor mij!” - Ik kan dat niet, ik ben ‘onwaardig’; ik wil die sprong in het onzekere niet maken – hoe zal mijn omgeving reageren? …. – Dat geldt voor specifieke roepingen. En daar gaat het in het evangelie ook over. De jongeman die Jezus allereerst – misschien een beetje overdreven vroom “Goede Meester” noemt – Dat is niet iets waar Jezus van houdt: “Waarom noem je Mij goed? God is goed.” Hoe dan ook: de jongeman kijkt op tegen Jezus, weet, voelt aan dat hij bij Jezus moet zijn om te horen waar het echt op aan komt in het leven. (De echte wijsheid vind je bij Jezus en eigenlijk voelt hij al aan dat dat een rijkdom is!) Hij heeft geloof in Jezus. Hij is iemand zoals u in ik, alleen wellicht wat rijker. En dan de vraag: “Waarin schiet ik tekort?” - Ook zoals wij dat zouden kunnen stellen: we doen toch niemand echt kwaad … en het mooie is dan dat Jezus hem liefdevol aankijkt. 
Maar ook dat Hij veel van hem vraagt – niet van iedereen vraagt Jezus dat, maar wel van deze jongeman – “Ga verkopen wat je bezit en kom dan terug om Mij te volgen.” En de jongeman raakt totaal van slag: Ontdaan ging hij heen, Omdat hij veel bezat. Als je veel bezit kost het natuurlijk meer moeite om je spullen te verlopen. En hij gaat weg; we horen niets meer van hem. (Misschien was Jezus’ woord ook helemaal nieuw voor hem: in het O.T. wordt verschillend tegen rijkdom aangekeken; bij Bijv. Abrham wordt rijkdom als een zegen van God gezien. Anderzijds kon Maria haar Magnificat uitspreken en bidden: “Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,eenvoudigen brengt Hij tot aanzien; Behoeftigen schenkt Hij overvloed, maar rijken gaan heen met ledige handen.”

De jongeman in het evangelie heeft iets tragisch omdat hij zijn roeping niet volgt. Hij wilde wel, wilde meer dan hij tot dan; wilde wellicht met Jezus mee trekken. Daartoe nodigt Jezus hém uit. Het belangrijkste voor zijn leven schiet erbij in, omdat hij vast zit aan zijn bezit. Hij zal dit moment zijn verdere leven nooit vergeten zijn …

Jezus kan dingen vragen die je echt moeite kosten. Dat geldt voor specifieke roepingen, maar in Jezus voetstappen treden, christen zijn, vraagt altijd keuzes. En dat kan verder gaan dan zondags naar de kerk gaan. Geloven is niet vrijblijvend. En we kunnen ervan schrikken als we ons bewust worden hoe we als gelovige christen horen te handelen. 

Van Jezus’ woord kun je alleen maar schrikken als Hij je ook iets te zeggen heeft; als Hij een van de velen is met wie we door het leven trekken, die ons ‘geestelijk‘ begeleiden dan blijft geloven heel oppervlakkig. Maar juist als we Hem serieus nemen dan ondervinden we een grote steun en rust en vrede in ons geloof, maar ook een sterke oproep die je zelfs van slag kan brengen. Geloven is iet iets wat je er wel even bij doet; het doordringt ons leven. Dat geldt natuurlijk heel specifiek voor mensen met een roeping tot priester, of religieus. Je kunt daarvan niet zeggen: “ik doe dat wel even.” Hoe goed je talenten ook zijn. Echte navolging van Jezus raakt altijd je diepste persoon. Het evangelie eindigt daar ook mee: “er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen, of akkers OM MIJ en om de blijde boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders kinderen en akkers, en in de toekomstige wereld het eeuwig leven.” Frappant is al dat er bij dat honderdvoud niet over vaders wordt gesproken. Om aan te geven dat we maar één Vader in de hemel hebben! 
Ik denk dat het woorden zijn die alleen iemand kan verstaan die die weg is gegaan en ervaart hoe – medegeroepenen voor hem als familieleden kunnen zijn. Een geestelijke familie. iets wat wij allen kunnen ervaren als je op vakantie mensen ontmoet met wie je je verbonden weet omdat je hetzelfde geloof hebt, uit dezelfde stad komt.

Geraakt worden door Jezus en door Hem van slag raken kan op allerlei wijzen en in allerlei “dieptes”. Het begint met aangesproken worden door Hem om dat te doen wat goed is, waartoe je je persoonlijk verplicht weet. “Het woord van God is als een tweesnijdend zwaard en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest.” En dat staat vaak haaks op wat in onze samenleving gewon is, of waar je recht op hebt.

Een samenleving die meer op inhalen en bonussen ontvangen gericht is, staat er niet meer voor open “iets voor niets te doen; pro Deo, voor God. En dat besef moeten we terugkrijgen. Dat heeft met goddelijke wijsheid van doen. En in dat perspectief moeten we ook Jezus woorden verstaan ”voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van de naald te gaan, dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen!” … met tegelijk de troostende en bemoedigende woorden: voor God is niets onmogelijk. Letterlijk genomen kan het natuurlijk onmogelijk. En er zijn al vele interpretaties gegeven hoe we dat moeten verstaan ‘van die kameel en dat oog van de naald’. En we kunnen de scherpte eruit halen door erop te wijzen: één van de poorten – een kleine poort – heette het oog van de naald. Maar misschien is het gewoon een heel sterke uitdrukking, zoals dat in het oosten nog gebruikelijker was dan bij ons. 
• Jezus heeft het ook over een splinter in het oog zien en een balk in het oog niet opmerken;
• En over muggen ziften en kamelen doorslikken
.Maar het neemt niet weg dat rijkdom een enorm gevaar voor mensen is om daardoor de ware wijsheid mis te lopen. Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven, om in de hemel te komen, is een vraag die ons allemaal mag bezighouden. Of je nu rijk of arm bent, carrière maakt of dat het gewoon niet lukt, wie je ook bent: voor iedereen blijft dat toch de vraag waar het op aankomt. Misschien moeten we zorgen dat we eraan toekomen om ons die vraag te stellen.

Pastoor Wim Miltenburg fso

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.