|
Wie nooit liefde ervaren heeft, kan moeilijk het leven als liefde beleven. Hoe kun je het leven als iets goeds ervaren als je in je jeugd geen plek van vertrouwen gekend hebt? Je hebt nooit anders meegemaakt dan ‘pak wat je pakken kunt’. Verwaarloosde kinderen zitten vol argwaan, iemand vertrouwen valt hun moeilijk. Het leven is voor hen vol dreiging waartegen ze zich als vanzelf teweerstellen. Zij alleen? Hoe zit het dan met wie wel een goeie jeugd gehad heeft? Kan die het leven wél altijd als geschenk zien? Dat lijkt me erg simplistisch. Er gebeuren vaak zo’n vreselijke dingen dat het naïef is te denken dat mensen makkelijk positief in het leven staan. Het leven als liefde ervaren, als iets goeds dat me geschonken wordt en daarom durven hopen: Dat houdt me bezig.
Joodse gelovigen tekenen hun ervaringen van het leven uit in verhalen, gedichten en uitspraken van wijze mensen. Dat staat allemaal in één groot boek of beter, een ver-zameling van boeken: de Bijbel. Als een symfonie waarin steeds hetzelfde thema terug-keert, rijkelijk omspeeld in vele variaties: we ontvangen het leven. Een schepping is het, een geschenk van JHWH, onze Schepper. Ons toevertrouwd, in beheer gegeven om er iets goeds van te maken. Natuurlijk, zij vertellen ook dat het hun zwaar valt en dat het leven vaak een puinhoop is. Maar toch, onder alle ervaringen van benauwdheid, droefheid en ellende komt steeds het besef te voorschijn dat JHWH niet alleen het leven schenkt maar door alles heen zorg voor hen draagt. Voor hen luidt Zijn Naam dan ook: ‘Ik ben er voor jullie’ (Ex 3,14). Dat is interessant, moeilijkheden in het leven worden niet weggenomen of overgenomen. Die moeten zij zelf aanpakken, maar het besef ‘God is er voor ons’ maakt het hun mogelijk, al is het met pijn. Dat betekent het bekende refrein uit het lied van de schepping: ‘En God zag dat het goed was, zeer goed’ (Genesis 1). In dat vertrouwen ligt hun kracht de eeuwen door.
Dit joods besef wordt vandaag heel kort weergegeven: ‘God is liefde’. Dat klinkt mooi, maar wat heb je eraan? Al die ellende die we meemaken, aanslagen, overvallen, moorden, onrecht, fraude. Er komt geen einde aan. En dan de natuurrampen, vreselijke ziekten en aftakeling die mensen doormaken! We staan er zelf voor. Dat neemt God niet van ons weg. Daarom klinkt steeds dezelfde redenering: Als er een god bestaat, zou de wereld er toch heel anders uitzien! Hij kan toch een eind maken aan al die wreedheid, al dat leed en onrecht! Ja, dat zou je zeggen. Maar dan maak je van God een grote wereld-heerser, een dictator die alle macht in handen heeft en die alle mensen kan dwingen om te doen wat hij beveelt. Als je God zo ziet, blijft er niets over van God die liefde is. Want liefde dwingt niet, is altijd weerloos en kwetsbaar. Je kunt de liefde die God is, zelfs het zwijgen opleggen. Dat gebeurt ook, doordat zijn Zoon aan het kruis geslagen wordt. Maar de christen belijdt: God heeft hem doen opstaan uit de doden, God die liefde is. Het eist veel om te geloven in de liefde die God is. Wil je dat van harte zeggen, dan moet je een ware ommekeer doormaken. Niet één keer maar telkens weer. Durven vertrouwen dat God liefde is, neemt de ongerijmdheid in het leven niet weg maar leert je er hoopvol mee om te gaan. Geloven in God is altijd hopen op God die liefde is. De Franse schrijver Charles Peguy (1873-1914) die de wanorde in zijn land en het begin van de Eerste Wereldoorlog meemaakt, geeft er een ontwapenende beschrijving van:
‘De hoop, zegt God, daar sta ik zelf van te kijken.
Dat is verbazingwekkend. Dat die arme kinderen zien hoe alles loopt
en dat ze geloven dat het morgen beter gaat,
dat die arme kinderen zien hoe het vandaag loopt
en dat ze geloven dat het morgenvroeg beter gaat, dat is verbazingwekkend.
Ja, dat is wel het grootste wonder van mijn genade.
Daar heb ik zelf niet van terug’
(Leo Meulenberg, Charles Peguy, ‘De hoop is het hart van de vrijheid’, Averbode 2003, p.73).
Geloven in God die liefde is, leert ons het leven ondanks alles als iets goeds te beleven en te hopen tegen alle hoop in (Rom 4,18). Dat wens ik ons allen toe.
P. Stevens
|