De eerste vraag van een journalist na een overwinning is veelal iets in de trend van: “Wat voelde, je?”, ”Wat ging er door je heen?” Wij zijn geïnteresseerd in de emotionele ervaringen van mensen. We spreken niet alleen over een IQ, maar ook over een Emotioneel Quotiënt.
Bij onze eigen gevoelens en ons inleven in anderen schuift de vraag naar wat waar, echt en goed is, soms naar de achtergrond. – Om politiek iets door te drukken worden daarom vaak uitzonderingssituaties aangegrepen, waar we ons door onze gevoelens laten leiden en die eigenlijk misbruikt worden voor meer normaal voorkomende situaties.
De Blijde boodschap geeft het leven van Jezus weer. En in de paas-ontmoetingen komen we ook de gevoelens van de leerlingen tegen. Meer dan op andere plaatsen.
En dan merken we dat ze niet zo “goed-gelovig” waren. Die gevoelens wisselen nogal. Verbijstering, schrik, ontsteld komen voor; met twijfel en ongeloof. En even later vreugde, verbazing; nog niet kunnen geloven en toch echt geraakt worden!
Wanneer komen ze van verbazing, schrik en ongeloof tot vrede en vreugde en gaan ze getuigen? Na de ontmoeting met Jezus. En Jezus komt ineens n hun midden terwijl ze hun geloofservaring met elkaar delen: “ze spraken met elkaar over wat er onderweg gebeurd was en ineens stond Jezus in hun midden.” Maar dat was nog niet voldoende, want ze herkennen Hem niet; ze denken een spook of een geest te zien. Het spreken met Jezus, het toegesproken worden door Hem, dát brengt hen tot een diepe vreugde en ook tot geloof.
Nu kunnen we zeggen: die leerlingen hadden het gemakkelijk. Zíj zagen Jezus in concrete lijve. Voor ons is dat niet weggelegd. Toch denk ik te mogen zeggen, dat Jezus voor ons ook heel concreet is. – In ieder geval voor mij wel. – We voelen ons in ons geweten aangesproken. Als we ons geweten volgen, is het alsof we van Jezus een compliment krijgen; als we er tegenin gaan is het alsof iemand die naast ons staat ons betrapt. Jezus laat juist in de verrijzenisontmoetingen zien dat we Hem niet ver weg moeten plaatsen. Hij laat zien dat Hij leeft. Eet zelfs met zijn vrienden om bij hen alle twijfel weg te nemen.
Twijfel, angst, onzekerheid, dat alles kan in ons leven meespelen. We herkennen al die gevoelens en gemoedstoestanden. Laten we zorgen dat onze ontmoetingen met Jezus niet schimmig zijn, maarstellen we ons Hem als een concrete persoon voor, die voor ons de weg heeft voorbereid. Iemand die met ons op weg gaat. De ervaring van de Emmaüsgangers, waar het evangelie mee begon – ze vertelden wat er onderweg gebeurd was – en dat was dat zij zo met zichzelf bezig waren geweest, dat ze niet in de gaten hadden dat Jezus met hen meeliep. Het zou zo in onze tijd geschreven kunnen zijn. Wij hebben vaak ook niet in de gaten dat Jezus met ons meetrekt.
Het willen luisteren naar wat Jezus ons te zeggen heeft; door zijn woord, door de tijd te nemen om te horen wat Hij ons te zeggen heeft, dat brengt ons ook van ongeloof tot geloof; of van een klein geloof tot een groter intenser geloof.
De gemoedstoestand doen ons beseffen dat geloven heel de persoon reikt. Én ons verstand, én ons gevoel, én onze wil (= heel onze persoon) Mensen die leven van en op hun gevoel kunnen er de oproep in herkennen om ook het verstand mee te laten spreken; ons christelijk geloof gaat wel over onze ratio heen, maar nooit tegen ons verstand in! Geloof heeft ook alles te maken met wat waar en echt is. De verrijzenis is heel reëel, die je wèl of niet gelooft. En mensen die meer denkend, rationeel zijn, mogen beseffen dat geloof ook je wil en je gevoel en je gemoed moet raken. Anders blijft het teveel buitenkant, te zeer theoretisch. Het klopt dan wel, maar het is geen vlees en bloed geworden. Terwijl als je je alleen op je gevoel baseert, kun je ook teleurgesteld raken, want gevoelens zijn ook wisselvallig.
Ons leven moet overeenstemmen met ons geloof; moet er niet haaks op staan. “Wie zegt dat hij Jezus kent, maar zich niet stoort aan zijn geboden, is een leugenaar” (tweede lezing) Het doet ons beseffen hoezeer ons geloof moet doordringen in het gewone leven, in heel onze persoon, in ons denken en voelen, en aanvoelen en vermoeden en doen en laten …
Bij die apostelen is dat het geval geweest. Zij zijn dan ook intens met Jezus opgetrokken. Hij was gewoon midden in hun leven. Zij zijn door de ontmoetingen met Jezus zo gesterkt dat zij getuigen van zijn verrijzenis zijn geworden. En dank zij hen – en velen na hen – kunnen wij ons ook christen noemen. Dat geloof moet bij ons niet iets zijn wat er nog bijkomt, als we al het andere gehad hebben, mar mag a.h.w. een licht zijn waarmee we ons leven verlichten, waarmee we de wereld in kijken; terugkijken op ons leven; bereid zijn te zien wat donker en duister was en het daglicht van het geloof niet kon verdragen. Om ook dankbaar te zijn voor de vergeving die ons door Jezus wordt aangereikt!
Zonder Pasen is ons geloof iets van achter de komma, Met Pasen is het allesbepalend. Laten we sterk staan in ons paasgeloof! Amen.