Met Pasen denken wij spontaan aan paaseieren. En afgelopen week was in het nieuws dat nog maar weinigen weten dat Pasen een christelijke feestdag is. Als wij aan de paaseieren denken is het goed te weten wat die eieren dan met Pasen als christelijk feest te maken hebben.
Wij vieren dat Jezus uit de dood is opgestaan. Op Goede Vrijdag gestorven en begraven – nedergedaald ter helle bidden we zelfs; d.w.z. in het dodenrijk afgedaald – en op de derde verrezen uit de doden. De derde dag is volgens de telling van toen Paaszondag. Vroeg in de ochtend, of ’s nachts. Daarom de paaswake in deze heilige nacht, die eigenlijk pas na zonsondergang zou mogen beginnen. Jezus stijgt op uit het graf – het voordeel dat het nog niet helemaal donker is, is dat we in het verrijzenisraam nog enkele details kunnen herkennen: Jezus die verrijst boven in het midden; daaronder de doek in het graf, soldaten die wegduiken; engelen in een van de hoeken ….
Dat is Pasen: Jezus heeft de dood overwonnen. Dat vieren we ook in het doopsel. “Ontvang het licht van Christus” = het licht van het paasgeloof. Het vuur brengt licht in onze duisternis; de kaarsjes verwijzen naar onze doopkaars. Licht en leven horen bij Pasen.
En hoe komen wij nu aan de paaseieren?
Eieren zijn een symbool van nieuw leven. Uit een ei kan nieuw leven voortkomen – de harde schaal als symbool van de steen voor het graf. - Een oude gewoonte was dan ook het begraven van eieren om de akkers vruchtbaar te maken. Daaruit ontstond het zoeken naar eieren door de kinderen op Paasmorgen. Ook kregen armen eieren uitgereikt. Het ei werd door de eerste geloofsverkondigers ook gezien als zinnebeeld van de opstanding van Christus. Uit het 'ei' - het graf van Jezus - kwam nieuw leven. Bij strengere vastenregels werden er na aswoensdag geen eieren gegeten; pas met Pasen weer; de oudste eieren werden dan gebruikt om te versieren. Er werden ook wel (geschilderde) eieren meegenomen naar de kerk om daar te worden gezegend. In mijn vorige parochie vroegen mensen, die afkomst waren van de Balkan me om met Pasen om hun eten te zegenen. Ze waren gewend om een schaal met eten met o.a. eieren naar de kerk mee te nemen die daar dan gezegend werd. Wij kennen dat gebruik niet, daarom ben ik naar hen thuis gegaan. Als gelovige mensen gebruiken wij net als anderen paaseieren: en dan is het goed te weten dat het paasei verwijst naar het nieuwe leven van Jezus. Anders verliezen paaseieren hun betekenis en komt het op het niveau van de paashaas.
Pasen verwijst naar nieuw leven. Daarom past het doopsel ook zo goed bij Pasen. Pieter, Thijs en Floris zullen zo dadelijk gedoopt worden. Door het water naar het nieuwe leven – vgl. de lange lezing, waarbij Mozes met zijn volk door het water trok; het nieuwe leven in het nieuwe land tegemoet. De slavernij achter zich latend. Door het doopsel komen wij tot nieuw leven; geen slaaf meer van het kwaad; het kwaad heeft niet meer het laatste woord. Jezus heeft de Boze overwonnen. De macht van het kwaad, door de eigen schuld van de mens in de wereld gekomen, is door Jezus’ dood en verrijzenis ingedamd! De weg naar zijn rijk gaat door het water van het doopsel. Daarom zegenen we nu het water. Allereerst staan we stil bij degenen die ons zijn voorgegaan. Roepen we hen aan. Zij inspireren ons, én spreken voor ons ten beste bij God. Zalig paasfeest.