|
Gisteren was vicaris
Storcken in onze parochie om aan een honderdtal kinderen van
groep 8 uit parochies van ons cluster het heilig Vormsel toe
te dienen. Hij sprak tijdens zijn preek over de levensweg
die de kinderen voor zich hadden en de belangrijke keus die
zij gemaakt hadden door te besluiten zich te laten vormen.
Na een imponerende viering, niet in de laatste plaats te
danken aan de prachtige muziek, gingen kinderen en ouders
weer naar huis. Al aan het eind van de viering werd gezegd:
‘We hopen jullie nog eens hier terug te zien in de kerk.
En, zoals vicaris Storcken zei: ‘Ik ben er zeker van dat
de wereld door jullie inbreng er anders kan gaan uit
zien.’ Die woorden komen niet uit het niets, maar uit de
ervaring dat goede voornemens steeds weer opnieuw gemaakt
dienen te worden. Want als dat niet gebeurt, blijven het
vaak voornemens die na een tijdje verdwenen lijken te zijn.
In het evangelie van
vandaag staat Jezus niet aan het begin van zijn levensweg,
zoals onze vormselkinderen, maar bijna aan het einde. Hij is
met zijn leerlingen de lange weg gegaan op naar de gouden
tempel van de stad op de berg, de tempel van Jeruzalem. Het
komt mij voor dat Jezus in Jeruzalem, vlak voor het einde
van zijn leven aan zijn leerlingen belangrijke dingen te
vertellen heeft. Woorden die zij zich nog lang zullen
herinneren. Net zoals wij dat doen met sommige uitspraken
van onze overleden ouders vlak voor hun dood.
Vlak voor zijn
overlijden, nu vijf jaren geleden, zei mijn vader tegen zijn
vier kinderen: ‘Blijf steeds samen met elkaar een weg
zoeken.’ In die vijf jaren hebben wij kinderen geen
knallende ruzies met elkaar gehad, al waren we er soms vlak
bij. Vaders woord weerhield ons om onderlinge
meningsverschillen op de spits te drijven.
Iets dergelijks zie ik
vandaag in de woorden van Jezus.’Als de graankorrel niet
in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij
sterft brengt hij veel vrucht voort.’ In een zin vertelt
Jezus ons de diepere betekenis van zijn leven. Direct
realiseren wij ons, zijn volgelingen, dat wij onszelf
geroepen voelen dat aspect van zijn leven na te volgen. Maar
ook, tenminste dat doe ik, beseffen we dat onze eigen manier
van leven ver van dat ideaal verwijderd blijft. Overgave aan
de wil van zijn Vader, dat was de constante factor in Jezus
leven. Wij mensen zijn eerder overgeleverd aan onze eigen
vaak egoďstische wil. We willen onze eigen behoeften en
verlangens wel eens een tijdje aan de kant zetten en die van
onze gezinsgenoten voorop, maar daarna zijn wij weer aan de
beurt. Ja toch? Want we zijn bang als ‘sufferd’ gezien
te worden, als een persoon die over zich laat lopen. We
horen tegenwoordig assertief te zijn, op te komen voor onze
rechten, we willen meetellen, niet ons de kaas van het brood
te laten eten. Zeker onze maatschappij is verre van
vreedzaam. Hoe prachtig en idealistisch we ook kunnen
denken, steeds toch blijven wij ook mensen met onze eigen
driften als bezitsdrang, angst voor het onbekende, voor
verandering. Jezus’ woorden kunnen ons helpen die driften
te beteugelen. Laat die ander maar, ik hoef niet altijd
vooraan te staan, het meeste te hebben. Laat mij maar als
die graankorrel in de aarde vallen, laat mijn leven maar
opgegeten worden door de anderen.
Dat is tenminste een
leven dat zin heeft, wie zo leeft zal pas echt leven zegt
Jezus. Moeilijk, heel moeilijk om dat te aanvaarden, om
daarin te blijven geloven. Volledig in dienst van de ander
en van God te leven. Dat valt echt niet mee. In onze tijd is
dat verre van gewoon.
Ook Jezus heeft het er
kennelijk heel lastig mee. Ook bij hem de twijfel: ‘Wat
moet ik zeggen? Vader red mij uit dit uur?’ Nee, die
gedachte verwerpt hij vlak voor zijn dood. Want ik ben juist
tot het einde van mijn leven gekomen om jouw wil te doen.
Volgende week vieren we
de plechtige intocht van Jezus in Jeruzalem. Nederig gezeten
op een ezel zal hij de stad binnenkomen toegejuicht door
mensen die hem enkele dagen later weer laten vallen. Vandaag
hoorden we wat aan die Palmzondag bij Jezus voorafging:
onrust, twijfel en uiteindelijk toch weer die overgave.
‘Maar als hij sterft
brengt hij vrucht voort’ Ja, bij Jezus is dat duidelijk:
zijn sterven was de opmaat voor een beweging die nu al 2000
jaar doorgaat. Een beweging die steeds weer nieuwe mensen
inspireert om hun leven te geven voor anderen, om als de
graankorrel te sterven. Een beweging die steeds weer mensen
zoals U en ik, eigenlijk maar kleine volhoudertjes, weer
opricht en aanzet om het opnieuw te proberen. De vruchten
die wij met ons leven voortbrengen zijn niet altijd te zien
en slechts klein in aantal. Maar dat mag ons er niet van
weerhouden ook in deze laatste weken van de Veertigdagentijd
ons eigen kruis op te nemen en op te gaan naar Jeruzalem,
Jezus achter na. Want eens hebben wij die weg, net als de
vormelingen van afgelopen week gekozen als onze weg door het
leven. Dan mogen wij er ook op vertrouwen dat Jezus ons na
het oordeel tot zich zal trekken.
Diaken H. Renckens
|