Parochie H.Moeder Anna

Bekkerveld - Heerlen

 
HOME  |  Actueel  |  Mededelingen  |  Who's who  |  H. Missen  |  Preken  |  Kerk  | Werkgroepen | Links

 

1e zondag van de veertigdagentijd jaar B (01-03-2009)

De ‘veertig dagen’ zijn begonnen, de tocht naar Pasen. Symbool van de levenstocht van u en mij die met vallen en opstaan proberen mens te worden. Wetend dat ons leven een weg naar de dood is. Hoe ga ik die weg? Daarover enkele gedachten. Als een dode ligt opge-baard, zeg je vol piëteit: ‘Zij/hij ligt er mooi bij, zo rustig en vredig’. Toch weet ik: dit is de man of vrouw niet meer, enkel nog wat over is: onbezielde stof. Geen enkel teken van leven meer. Het ontzielde lichaam wordt straks in de grond gelegd en zal vergaan. Of het wordt as in het vuur van het crematorium. De beroemde theoloog Meister Eckhart (1260-1328) zegt: ‘Al het geschapene bespeurt de schaduw van het niets’ (Over God wil ik zwijgen, Groningen 1999, p.161, vertaling C.O.Jellema). Sterven en leven horen bij elkaar als schaduw en licht. De dichteres M.Vasalis (Margaretha Drooglever Fortuyn-Leenmans 1909-1998) dicht:

De verstekeling

Bij ieder schepsel dat geboren wordt
zijn reis begint, scheept in het ruim de dood
zich in. En maakt zich met het schip vertrouwd,
dringt door tot iedre vezel van het hout
de romp, de mast, de kabels en de touwen
de zeilen hurkend in de reddingsboot. 

Het zijn de kleine kindren die hem nog kennen
en hem niet vrezen: zij zijn pas zo kort
geleden uitgevaren uit hun nacht
ze moeten aan het daglicht nog zo wennen.
Zoals schaduw bij het licht hoort
zo leeft de dood binnen het leven voort. 
(Uit De oude kustlijn, Amsterdam 2002, p.43)

‘De schaduw van het niets’ zegt Eckhart. Aan de rand van het zijn is het niet-zijn. Meer nog, in het zijn gaat het niet-zijn schuil. Voor Vasalis is de dood een verstekeling die ongemerkt aan boord gaat bij ieder die de tocht van het leven begint. Een versteke-ling die alles doordringt. Geen leven zonder zijn tegendeel: de dood, het niets. Op Aswoensdag wordt de levende mens getekend met het teken van zijn dood. Is met Carnaval al rijkelijk de spot gedreven met al onze dikdoenerij, Aswoensdag doet er nog een schep bovenop: ‘Bedenk o mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren’. Een variant op het woord ‘Memento mori, Gedenk dat je eenmaal sterft’. Voor mij gaat het veel verder. De kwetsbaarheid van alle leven wordt vertolkt zoals in de beeldtaal van het evangelie: Jezus alleen, in de woestijn, temidden van wilde dieren en dienende engelen (Mc 1,13). De dichter Lucebert heeft ooit gedicht: ‘Alles van waarde is kwetsbaar’. Je kunt het ook omkeren: ‘Alles wat kwetsbaar is, is van waarde’. Als je een baby in je armen neemt, doe je dat zo voorzichtig mogelijk. Zo kun je ook niet ruw omgaan met een oudere mens die niet goed ter been is. In mijn omgaan met het leven wil ik dit altijd in acht nemen. Voor Eckhart is reiken naar God niet reiken naar dit of dat, maar open-staan naar wat/wie niet te grijpen is.

Waarschijnlijk is van Eckhart het gebed:

O mijn ziel, ga uit, God in, 
zink heel mijn iets in het niets van God,
zink in de bodemloze vloed!
Vlucht ik weg van U, U komt tot mij.
Verlies ik mij, dan vind ik U, o overwezenlijk Goed’.
(8e Strofe van het Drievuldigheidslied Granum sinapis in K.Ruh, Meister Eckhart. Theologe, Prediger, Mystiker, München 1989, p.49)

Durf ik mij te laten zinken in het ‘niets van God’? Kan ik niet-grijpend maar teder reikend naar wat het leven me aanreikt over God, eerbiedig ontvangen? Leg ik me erop toe ver-trouwd te worden met de dood, de grote verstekeling? Mijn bestaan bespeurt de schaduw van het ‘niets van God’. Om te leven met de Levende moet ik door het dal van de dood.

P.Stevens

 

Copyright MyFreeTemplates.com 20XX. ll rights reserved.