|
Het Paulusjaar. Het feest van Paulus Bekering. Het is toch allemaal wat veel met die Paulus ineens. Wie was die Paulus toch?
Uit onze kinderjaren weten we misschien nog dat Paulus eerst Saulus heette. Hij was een gelovig Jood, een zeer godsdienstige Jood zelfs, die precies deed wat hij van zijn godsdienst moest doen. Men zei toen en nu: hij hield zich aan de Wet. De Wet is het stelsel regels en voorschriften waar men zich als Jood en Jodin moest houden wilde men God dienen. Die Wet is door God aan Mozes en door hem aan het Joodse volk gegeven. Wij noemen ze de 10 geboden. In de loop der geschiedenis komen er tal van geboden en verboden bij. Voor een deel staan die regels in de heilige boeken van de bijbel. Een ander deel wordt nog later opgetekend in de Talmoed en andere Joodse geschriften. Zeer godsdienstige Joden, zoals Paulus en zijn medestanders, de Farizeeën, bestuderen dagelijks de Wet, de Talmoed en andere geschriften want zij menen: “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad”. Perfecte kennis van de Wet, zeg maar van het woord van de bijbel en het uitvoeren er van is het fundament van de godsdienst. Ook Saulus houdt zich heel gewetensvol aan die Wet. Als er dan een rabbi in zijn land rond trekt, een zekere Jessoeja uit Nazareth, die geheel op eigen gezag de heilige teksten anders dan binnen de groep der Farizeeën was toegestaan, gaat uitleggen, voelt Saulus zich van binnenuit gedwongen tegen de volgelingen van die ketter uit Galilea, die achtergebleven provincie in het Noorden, hard op te treden. Joden die in de dwaalleer van die pseudo-Messias geloven moeten worden opgepakt en voor het Sanhedrin, de rechtbank in Jeruzalem gebracht worden. Om dat te bereiken vraagt Saulus eerst geloofsbrieven om aan de leiders van de synagogen van Damascus te geven om zo te laten zien dat zijn plan: het oppakken van mensen van “De Weg”, zeg maar de volgelingen van Jezus, door de hoogste godsdienstige autoriteiten in Jeruzalem goedgekeurd was.
Saulus gaat met zijn vrienden op weg naar Damascus, maar voordat hij die stad bereikt wordt hij door een groot licht omstraald, hij valt op de grond en hoort een stem, die hem vraagt waarom hij de volgelingen van Jezus, de mensen van de Weg, achterna zit. Saulus is volgens de tekst van de eerste lezing niet van een paard gevallen, dat hebben schilders en verhalenschrijvers er later bij verzonnen om het verhaal wat ‘’op te leuken’’ zoals men tegenwoordig zou zeggen. Saulus, die gedurende enkele dagen blind is, ziet als enige van het gezelschap Jezus. Zijn makkers horen wel Jezus’ stem, maar zien Jezus niet.
Saulus krijgt van Jezus gezegd naar de stad te gaan en daar te doen wat hem gezegd wordt. Blind als hij nog is, wordt Saulus, de stad binnengebracht. Een leerling van Jezus, Ananias, krijgt in een visioen opdracht Saulus, die volgens de stem in het visioen, een uitverkoren vat van Jezus is, de handen op te leggen. Dat doet hij en Saulus kan weer zien.
Bovendien weet hij door Ananias wat hem te doen staat, mensen bekeren tot Jezus, en wat hem te wachten staat, lijden en vervolging. Saulus aarzelt niet en laat zich dopen. Na zijn doop zal hij Paulus heten. Hij gaat op weg en doet wat hem door Jezus via Ananias was opgedragen: mensen tot Jezus brengen, tot het ware, bevrijdende geloof.
Na zijn bekering, als gevolg van die wonderlijke ontmoeting voor de muren van Damascus, gaat Paulus even serieus en consequent als voor zijn bekering aan de slag. Hij reist de grote steden van het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied af, vormt daar groepen christengelovigen, schrijft brieven over allerlei vraagstukken die met de godsdienst te maken hebben, komt vaak in gevangenissen terecht, lijdt schipbreuk maar komt uiteindelijk in de grote stad Rome. Daar wordt hij gevangen genomen en tenslotte met een zwaard onthoofd.
Een mooi verhaal dat verhaal over Paulus roeping en zending. Doet het altijd goed in de godsdienstles, vooral als ook nog verteld wordt over de vlucht van Paulus uit Damascus over de stadsmuur in een rieten mand.
Maar wat zou het voor ons gelovigen in deze tijd nog kunnen betekenen? Een goede manier om daar achter te komen is door dieper op de tekst in te gaan.
We spreken over Paulus’ bekering. Vreemd, want Paulus was geen zondaar. Hij was een ijverige zeer godsdienstige Jood, die alles deed om volgens de Wet van God te leven. Dat uitroeien van christenen deed hij niet uit boosheid maar uit godsdienstigheid. Hij meende goed te handelen. Maar hij wordt wel door God, na bemiddeling van Ananias, van zijn blindheid af geholpen. De blindheid, hem opgelegd door zijn trouw aan de Joodse Wet, wordt opgeheven. Paulus gaat nu niet meer tegen de christenen werken, maar met hen. Daarin zit de ommekeer, een beter passend woord hier dan bekering. Paulus heeft Jezus stem gehoord en weet nu dat de weg van de Wet een doodlopende weg is. Hij hoort nu dat zijn levensweg, zijn roeping, een andere is dan hij gedacht had. Hij zal anderen over Jezus en Zijn Weg gaan vertellen met de marteldood als einde. Hij zal anderen laten weten dat de mens zichzelf niet kan redden door de volledige onderhouding van een groot aantal voorschriften, niet door eigen kennis en evenmin door eigen krachten. De redding van de mens, zal Paulus in zijn vele brieven laten weten, komt uit handen van God, door Zijn genade. Enkel navolgen van regels leidt tot niets, behalve dan schijnheiligheid en arrogantie. Door Gods goedheid mogen wij hopen op redding, niet door onze goede daden en ons houden aan de regels worden wij gered, maar omdat wij mogen rekenen op Gods barmhartigheid, op zijn hulp.
Als dan sommige mensen het verhaal van Paulus bekering probeerden te verfraaien door hem van zijn paard te laten vallen, dan mag dat niet in overeenstemming zijn met het verhaal uit de bijbel, maar wel is de kern van de bekering van Paulus door dat beeld goed samengevat. Paulus is van zijn paard gevallen, van zijn hemelreikend vertrouwen in eigen kunnen is hij voor de poorten van Damascus verlost. Hij staat weer met beide benen op de grond. Ook voor ons medegelovigen een goede herinnering voor wanneer wij weer thuis zijn.
Diaken H. Renckens
|