Bij een kerkelijk welzijns-, of zeg maar soort functioneringsgesprek, van de Bisschop met zijn medewerkers werd de eerste lezing van Samuël en Eli als een soort kapstok gebruikt. Samuël die drie/vier keer hoort dat hij geroepen wordt en naar Eli gaat – tot drie keer toe. Eli als klankbord en gesprekspartner is nodig om te ontdekken hoe hij moet reageren op die gebeurtenis … (dat telkens horen roepen van zijn naam). De Bisschop informeerde belangstellend: heb je iemand met wie je over je geloof, over wat je innerlijk hoort en beweegt kunt praten. Confronteer je jouw gedachten met iemand van de Kerk?
Het is heel bijbels om dat wel te doen. En het is wat verloren gegaan. Met alle belemmeringen die een persoonlijke biecht met zich mee kan brengen; daar had je wel een zeker klankbord. De verleiding is groot om alleen op ónze eigen gedachten af te gaan. We beoordelen onszelf – in de regel komen we er wel (redelijk) goed af; al schieten we wel eens wat tekort. De verleiding is groot om de lat íetsje hoger te leggen dan je tot nog toe haalt … dan blijft er iets om naar te streven, en tegelijk houden we ons leven zelf helemaal in de hand. Het is heel verleidelijk om die confrontatie met de ander – met iemand namens de kerk – al dan niet in een biechtgesprek niet aan te gaan. Enerzijds vinden we dat we het zelf wel weten; en anderzijds schrikt het ons wat af. Onze diepste zielenroerselen geven we niet zomaar bloot.
En toch is de roeping van Samuël het een van de meest herkenbare verhalen uit het O.T. Hij ontdekt pas wat hij echt moet doen als hij het voorlegt aan “laten we zeggen ‘de Kerk’”. Niet en keer; drie keer zelfs en dan pas krijgt hij een helder antwoord.
God spreekt ook nu tot ons; niet altijd oor onze oren, zijn woord dringt door tot in ons geweten, waar we ons aangesproken voelen. Dat kan door:
• iemand die onbedoeld iets zegt, waardoor we ons als een oproep aangesproken weten (zonder dat die ander dat merkt)
• of door zijn houding, of volhouden, of opgewektheid
• of bij een stil moment – in de kerk – bij het nadenken; of bij het horen van de H. Schrift. (Gods Woord geschreven door de H. Geest en die H. Geest leeft ook in ons. Dat is zo’n theoretische waarheid, maar we kunnen die ook voelen: we worden aangesproken, “warm” van binnen bij een lezing uit de bijbel. Niet altijd, maar soms ook heel intens!
• Vaak ook door het voorbeeld wat iemand voor ons is; of gewoon iets wat als een oproep in ons doorwerkt.
Samuël luisterde naar die oproep – telkens weer – en hij doet ermee wat hij denkt dat goed is. En concreet gaat hij naar iemand toe in wie hij vertrouwen heeft; van wie hij zelfs denkt dat hij hem geroepen heeft. Het is goed als wij iemand hebben in wie wij vertrouwen stellen en die helpt onderscheiden wat is van God afkomstig en wat niet..
Wij hebben mensen nodig die anderen de weg willen wijzen. Evangelielezing was hetzelfde: Johannes de Doper verwijst naar Jezus: “Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: ‘Zie het Lam Gods’”. En heel gewoon, en passant: terwijl Jezus voorbijging. Het was nu of niet!
Ook dat is een aspect voor ons leven: de kans grijpen op het moment dat die zich voordoet. Niet om van alles te hebben of te krijgen, maar de kans om met Jezus door het leven te gaan. Ontdekken waar Hij zich ophoudt. Geloven is iets van zelf ervaringen opdoen. “Gaat mee om het te zien”, zegt Jezus tegen de eerste twee leerlingen.
Die dag bleven ze bij Hem. Het belangrijkste van christelijk geloven is: bij Jezus zijn. Daarvoor bidt Jezus Hij ook: “Niet alleen voor hen bidt Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn, zoals Gij Vader in Mij en Ik in U: dat zij ook in Ons mogen zijn … Ik bidt dat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen dat Gij Mij gezonden hebt ….” Woorden uit het Johannes’ evangelie (Jo 17,20-21) die ik bewust aanhaal vanwege het begin van de internationale Bidweek voor de eenheid.
Eenheid moet van binnenuit komen. Dan moet je elkaar leren kennen; dat vraagt wat tijd; dat vraagt ook je inleven in de ander en rekening houden met de ander.
Mooi dat die eerste leerlingen meteen aanvoelen: dat is niet alleen iets voor mij dat is ook iets voor mijn broer: En Andreas grijpt de kans aan om zijn broer erbij te halen: Petrus. De natuurlijk gelegenheden aangrijpen om mensen bij Jezus te brengen.
Dat zeg ik heel gemakkelijk, maar is aan de ene kant niet zo gemakkelijk: je vindt niet altijd de woorden en de gelegenheden en het past niet zo in onze tijd … Je kúnt niet altijd over het geloof praten; het is ook niet bedoeld om ruzie over te maken …
Anderzijds moeten we die Geest van God de kans geven door zelf wel te laten merken dat wij het voor ons belangrijk vinden.
• Samuël stond iedere keer opnieuw op, toen hij (dacht dat hij) geroepen werd;
• Hij doet wat Eli hem voorhoudt;
• Die eerste leerlingen grijpen de kans om een dag met Jezus door te brengen
• Ouders van nu hebben oog voor wat er in hun kind omgaat en
proberen misschien kinderen in de Communie Jezus te laten ontdekken
• Grootouders blijven trouw aan zichzelf door wèl te bidden, en tegelijk rustig en positief te blijven tegenover de kinderen, enz.
Zo houden we de aders open en slippen die niet dicht: Gods genade kan er doorstromen en het hart van het geloof kan blijven kloppen; al is het latent.
Want het zijn ook lezingen die geduld vragen:
• De gelegenheid deed zich toevallig voor dat Johannes kon zeggen: zie het Lam Gods
• Eli had wat tijd nodig om zelf te beseffen dat God riep en Hij de goede aanwijzing gaf.
God heeft vaak meer tijd dan wij elkaar gunnen; dat geeft ons hoop; maar we moeten tegelijk Hem daarmee niet op de proef stellen en dat wat wij in geloof inzien en kunnen doen, ook doen. Maken we tijd voor ons geloof om te ontdekken wat Jezus mij zegt. En durven we dat te confronteren met mensen in wie wij vertrouwen hebben. Dan groeien wij in wat waar en echt is en bouwen we de eenheid in geloof onder elkaar op.