Om te kunnen geloven moeten we vaak wat hobbels nemen.
Hoe kijken mensen tegen gelovigen aan? Als je gelooft, dan mag je een heleboel dingen niet. Dat kan deels wel waar zijn, maar geeft een karikatuur, die helemaal voorbij gaat aan de werkelijkheid. – Net zoals je bij scooter- of autorijden een heleboel dingen niet mag; dat is ook waar, maar je gaat aan de werkelijkheid voorbij door scooters en automobilisten te definiëren als mensen die een heleboel niet meer mogen (niet hard rijden, niet zonder richting aan te geven afslaan, enz.) Dat is niet het wezenlijke en kenmerkende van autorijden en met een scooter je verplaatsen.
Het gaat erom wat je wel hebt als je gelooft. En dat laten wij wat te weinig zien. En dat kan een hobbel worden voor anderen om tot geloof te komen.
Wat hebben wij wel als we geloven? Geloven heeft alles met Jezus Christus te maken. En dat is niet zomaar een vaag idee; nee, het gaat om een heel concrete persoon, onze Verlosser! geleefd heeft. – 15e regeringsjaar van keizer Tiberius, Pilatus was landvoogd, Herodes was vorst in Galilea, Filippus gouverneur in Iturea en Trachinitis enz. – Toen gebeurde het! Plaats en tijd worden exact weergegeven. En hij beschrijft het optreden van Johannes die aangeeft wat we moeten doen om Gods Redding te zien! Wegen effenen. Onze levensweg rechter laten verlopen. Hobbels wegnemen en valkuilen dichten. De evangelist Lucas beschrijft het nog veel gedetailleerder dan wij zouden doen. Met maar liefst zes tijdsaanduidingen geeft hij aan wanneer Johannes de Doper – Jezus’ voorloper -
* een valkuil is het geloof te weinig laten doorwerken in het gewone leven. Je wat te vlug tevreden stellen met een zekere oppervlakkigheid. Zo van “als het ons goed gaat, waarom moeten we dan gelovig-zijn?”
* Veel mensen vinden: we missen niets als we niet geloven; en dat komt omdat het leven van gelovigen er vaak precies zo uit ziet als dat van mensen voor Jezus niet zo hoeft.
* De naam ‘Jezus’ betekent ‘redder’: en Johannes roept het te pas en te ompas: HEEL DE WERELD ZAL GODS REDDING ZIEN. Maar wij hebben helemaal geen redding, geen verlossing nodig! Omdat het ons zo goed gaat en we gewend zijn het leven zelf in de hand te nemen. En tegelijk stuiten we op grenzen! Daar waar wij wel willen, maar een ander, of onszelf niet meer kunnen helpen … Daarvoor is Jezus onze Redder. Niet dat wij ons minder moeten inzetten; wij mogen geloven in de kracht die in mensen zelf leeft, maar moeten ook eerlijk erkennen dat wij soms machteloos zijn. Vooral dan wanneer de echte levensvragen zich aandienen, die boven het menselijk kunnen uit gaan.
Om tot de kern door te dringen moeten we zien waarom Gods Zoon mens is geworden; nl. om ons te verlossen. Ons te verlossen van de macht van het kwaad! Of van wat niet goed is, waar we de gebrekkigheid van de mens zien, als gevolg van het los geraakt zijn van God, de Algoede.
Heel de heilsgeschiedenis – de H. Schrift als Gods handelen met de mens – is daar een uitdrukking van. De mens heeft een vrije keuze en hoe gaat hij ermee om; hoe gaan we met god om, en met elkaar? Jezus komt als Verlosser, omdat de mens verslaafd is geraakt aan zijn ik-zucht, bijna vanaf de schepping, precieser vanaf de erfschuld.
God geeft waarde en waardigheid aan de mens – al de humanistische waarden zijn in feite christelijke waarden; alleen heeft men bij de strikte humanisten God doorgestreept. En een vraag is dan hoelang zulke waarden humaan blijven. Dat moet zich nog bewijzen.
Een valkuil in onze dagen is dat wij te weinig blijheid uitstralen omdat we ons laten te neerdrukken door van alles,- tegenslag, zorgen, stress. Terwijl we verloste mensen zijn. Het kwaad heeft niet meer het laatste woord. Jezus is onze Verlosser.
Vergeving kunnen vragen en vergeving kunnen schenken staat tegenover haar en vergelding. Vergeving ontvangen en geven, dat raakt ons heel diep in ons hart en dat verlost! en iemand die zich dat bewust is, straalt dat uit. Leeft daarnaar. Dan effenen we de wegen.
Een hobbel die we in onze dagen moeten nemen is “God” zelf. Wij durven lang niet zo goed voor Hem uit te komen en op te komen als mensen die een leven zonder God willen dat doen.
De begrippen neutraal, ‘onbevooroordeeld’, onpartijdig mogen mensen die in een humanistische wereldvisie geloven wel gebruiken – terwijl dat net zo goed een opinie, een ‘geloof’ is, maar wordt mensen die in een persoonlijke God geloven ontzegd. Wij mogen een beroep doen op gelijkwaardigheid. Zonder God, zonder religieuze kentekens, zoals een kruisbeeld is niet neutraler. Het is alleen een andere keuze, een andere opinie, maar evenzeer een soort ‘geloofs’-overtuiging.
“Elk dal moet gevuld, elke berg of heuvel geslecht worden,” geldt ook in onze persoonlijke voorbereiding naar Kerstmis toe. De tweede lezing drukte het mooi uit: “uw liefde moet rijker en fijngevoeliger worden “ d.w.z. meer rekening houden met de ander; meer aandacht, minder oppervlakkig; een antenne ontwikkelen om aan te voelen wat de ander nodig heeft. Dat lukt alleen als je minder met jezelf bezig bent; minder ik-gericht, meer verlost, meer als christen. Wij mogen verloste mensen zijn die aandacht hebben voor elkaar. Goed dat we nog wat tijd, wat adventstijd hebben om die weg te gaan en elkaar over twee weken oprechter een zalig kerstfeest toe te kunnen wensen.